Houtje-Touwtje Coalitie

Zo’n anderhalf jaar na haar aantreden ziet de regering Rutte zich geplaatst voor een fundamentele test, in de vorm van ingrijpende aanvullende bezuinigingen bovenop het regeerakkoord. De gedoogconstructie met de PVV (wel de lusten, niet de lasten) heeft tot nog toe behoorlijk goed uitgepakt voor alle betrokkenen, Wilders incluis. Het recente opstappen van Hero Brinkman uit de PVV-fractie toont echter haarfijn ook de kwetsbaarheid van deze gedoogconstructie aan. Met de ingrijpende bezuinigingsronde die nu in de steigers wordt gezet op het Catshuis, zal moeten blijken of de houtje-touwtje coalitie van Rutte echt solide genoeg is.

De verkiezingsuitslag van juni 2010 was een ingewikkelde puzzel, waarbij een werkbare meerderheidscoalitie met drie partijen lange tijd nauwelijks haalbaar leek. Het was echter van meet af aan duidelijk dat een centrum-rechts kabinet (VVD-PVV-CDA met 76 zetels) voor zowel Rutte’s VVD als de PVV van Wilders veruit de geprefereerde optie was, zeker nadat de PaarsPlus-variant met name door de onverzoenlijke opstelling van de VVD snel was afgeserveerd.

Dat het zwaar verliezende CDA onder de geslepen machts-politicus Verhagen zou bijdraaien en alsnog op het pluche plaats zou nemen – ondanks alle gemor in de achterban over samenwerking met de PVV van Wilders – het zou eigenlijk geen verrassing mogen heten. Onder het mom van ‘landsbelang’ en ‘verantwoordelijkheid nemen in moeilijke tijden’ was de vlucht naar voren van het CDA weinig opzienbarend voor zij die weten hoe de hazen in het Haagse lopen.

Catshuis-toneel
Hoewel de onderhandelingen in het Catshuis inmiddels hun vierde week zijn ingegaan, komt er bitter weinig nieuws naar buiten. Grimassende onderhandelaars van de drie partijen beroepen zich keer op keer op de noodzaak voor strikte mediastilte. De verzamelde journalisten voor het toegangshek die dag in dag uit niets wezenlijks te melden hebben; het oogt steeds meer als een Haagse klucht. Eind maart leek het er korstondig op dat de onderhandelingen in zwaar weer waren geraakt en Wilders er mogelijk de brui aan wilde geven. Maar een dag later schoven de partijen gewoon weer aan de onderhandelingstafel aan. Dit tot sjacherijn van de gezamenlijke oppositie, alsook inmiddels toch ook een meerderheid van de kiezers. Het hoort echter allemaal tot het onderhandelingsspel. Dat de zaak alsnog snel beklonken wordt, lijkt hooguit een kwestie van dagen.

Voor een partij als de VVD die, ongeacht de economische conjunctuur, bezuinigen op uitgaven in de collectieve sector en ‘het op orde krijgen van het huishoudboekje van de overheid’ altijd als Pavlov-reflex heeft, betekenen de strenge Brusselse begrotingseisen zelfs een meevaller. Eindelijk een uitgelezen mogelijkheid het ontslagrecht op de helling te zetten, de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen, lonen te bevriezen en de arbeidsmarkt verregaand te flexibiliseren. De VVD-kiezer verwacht en wil niet anders. Net als tijdens de kabinetten Balkenende I t/m III, zijn CDA en VVD het over het financieel-economische beleid in grote lijnen eens. Bovendien is het in de peilingen wegkwijnende CDA inmiddels volledig overgeleverd aan partners VVD en PVV.

De positie van Geert Wilders’ populistische ego-vehikel PVV lijkt op het eerste oog misschien ambivalenter. Een groot deel van de conservatieve en lager opgeleide achterban van Wilders is immers mordicus tegen een verder uitkleden van de verzorgingsstaat, wat diens speelruimte lijkt te beperken. Maar dat is toch slechts een schijnbare paradox.

Eens een liberaal….
Laten we niet vergeten dat Wilders van 1990 tot najaar 2004 in tal van hoedanigheden bijna 15 jaar deel uitmaakte van de VVD: als beleidsmedewerker, speechschrijver voor Bolkestein en de Kamerfractie, Utrechts gemeenteraadslid en van 1998-2004 als Kamerlid. Als iemand die bijkans behoorde tot het VVD-meubilair, kon Wilders zich al die tijd prima vinden in het neoliberale gedachtegoed van marktwerking en een terugtredende overheid. Saillant detail is overigens dat het destijds Geert Wilders was die Mark Rutte wegwijs maakte in de fractie.

Op het moment dat Wilders in 2004, in niet geringe mate geïnspireerd door de rijzende ster van Ayaan Hirsi Ali, zijn eigen weg ging, was het breekpunt uiteraard niet Wilders’ veranderde inzicht inzake het (neo)liberalisme. Hij brak met de VVD vanwege zijn onwil om zijn sinds Nine Eleven steeds rabiatere Islam-retoriek te matigen.

Hoe ongeloofwaardig de transformatie ook is van de klassiek neoliberale VVD-politicus Wilders naar een een gewiekst populist die stevig shoppend in het gedachtegoed van de erven Fortuyn en de SP een oernationalistisch en in economische opzicht vooral conservatief beginselprogram in elkaar knutselde, deze tactiek heeft inmiddels zijn effectiviteit bewezen. Van eenmansfractie in 2004 naar 11 zetels in 2006 en 24 nu. Na het recente vertrek van Hero Brinkman resteren weliswaar nog 23, maar zowel de SGP-broeders als Brinkman werpen zich in de coulissen al weer nadrukkelijk op als ‘gedogers’ van het gedoogkabinet.

De draai van 180 graden en omarming van een groot deel van de SP-agenda zijn natuurlijk nogal opportunistisch. Eerste les uit het handboek van de populist, is met name op economisch terrein je achterban zoveel mogelijk naar de mond praten. Dus extra geld voor de zorg, geen hervorming van het ontslagrecht en handen af van de hypotheekrenteaftrek. Zijn eerste ‘breekpunt’ (geen verhoging van de pensioegerechtigde leeftijd naar 67 jaar) liet Wilders daags na de verkiezingen in 2010 al vallen, zonder dat een haan er naar kraaide. Het is slechts de eerste in een ellenlange reeks. Dat is het voordeel van het runnen van een ondemocratische en niet-transparante partij waarbij iedereen zijn baantje dankt aan de grote blonde roerganger. Een partij ook zonder lastige leden die Wilders kunnen terugfluiten wanneer de onderhandelingsresultaten te mager zouden zijn. Omdat de PVV evenmin ministers levert, zijn er evenmin eigen bewindspersonen van statuur die Wilders tegengas kunnen geven.

Carte Blanche
De conclusie moet zijn dat Wilders in wezen onderhandelt  op persoonlijke titel in het Catshuis. Dat zijn standpunten ‘fluïde’ zijn is nog zacht uitgedrukt. Het enige waarmee hij enigermate rekening moet houden is de speelruimte die de PVV-kiezer hem geeft. Na de klucht in het Catshuis waarbij Wilders voor de bühne even acteerde dat hij de handdoek in de ring zou gooien, verkondigden dezelfde avond de vaderlandse opiniepeilers o.l.v. Maurice de Hond al weer prompt dat een groot deel van de PVV-achterban vond dat Wilders alle ruimte zou moeten krijgen om door te onderhandelen. En zo geschiedde.

De kans dat Wilders breekpunten gaat opwerpen als hoeder van de verzorgingsstaat zijn dus om een drietal redenen nihil. Ten eerste is hij al de SP-retoriek ten spijt in ideologische opzicht nog steeds de VVD-liberaal van weleer. Ten tweede heeft Wilders als onbetwist alleenheerser binnen de PVV alle vrijheid om zijn standpunten op stel en sprong te wijzigen wanneer hem dat uitkomt. Dat zijn weinig kritische achterban hem daarin telkenmale carte blanche geeft en hem niet af lijkt te rekenen op al zijn verbroken verkiezingsbeloften (de SP turfde er inmiddels vele tientallen) sterkt hem in die houding.

Tot derde zou het laten breken van de Catshuis-onderhandelingen voor Wilders directe invloed in Den Haag niet minder dan rampzalig zijn. Al werd de partij veruit de grootste, bij nieuwe verkiezingen zou de PVV roemloos in de oppositie verdwijnen omdat – behalve misschien de VVD  – geen partij meer met de PVV zou willen samenwerken. Daarom trekt Euro-criticaster Wilders nu eens niet fel van leer tegen het dictaat van Brussel om het begrotingstekort in 2013 tot 3% terug te dringen. Wilders zit simpelweg nog steeds in een bijzonder riante uitgangspositie. De komende weken zal hij met zijn gebruikelijke bravoure wegkomen met de totale uitverkoop van juist de belangen van zijn hondsloyale Henk & Ingrid.

Wir Haben Es Nicht Verwoest

In de gelauwerde interviewserie Een Schitterend Ongeluk (1993) stelt journalist Wim Kayzer zijn gesprekspartners keer op keer dezelfde indringende vraag: waarom hebben de geallieerden op het moment dat ze hoorden van het bestaan van Duitse vernietigingskampen als Auschwitz, Majdanek, Chelmno, Sobibór en Treblinka niet alles op alles gezet om deze krankzinnige slachting een halt toe te roepen? Dat geldt a fortiori voor vernietigingskamp Auschwitz dat tot 27 januari 1945 volop in bedrijf was. Waar dag in dag uit duizenden de dood vonden in de gaskamers. In totaal meer dan een 1,2 miljoen mensen, veelal Joden.

Waarom werden de kwetsbare spoorverbindingen richting Auschwitz niet tot gort gebombardeerd, de gaskamers verwoest en de verbrandingsovens in een apocalyptische vuurstorm weggevaagd? Waarom kon de onbelemmerde aanvoer en slachting van honderdduizenden onschuldige mannen, vrouwen en kinderen in Auschwitz tot begin 1945 voort duren? Hoe kon het dat hoewel de Geallieerden elke Duitse stad bedekten onder hun verwoestende bommentapijten, men juist de concentratiekampen en hun moorddadige infrastructuur volledig ongemoeid liet?

Een dag nadat de wereld op Holocaust Memorial Day onder meer stilstaat bij de bevrijding door de Russen van Auschwitz, precies 65 jaar geleden, is dit ongetwijfeld een van de meest verontrustende vragen die een mens zich kan stellen. Verhalen over de vooral in Polen gesitueerde vernietigingskampen waren immers al vanaf maart 1941 bekend bij de Britse regering in Londen.

Deze kennis bereikte de Geallieerden o.a. via een onverschrokken Poolse verzetsman, genaamd Witold Pilecki die zich in 1940 vrijwillig liet opsluiten in Auschwitz. Gedurende de 945 dagen die Pilecki in Auschwitz doorbracht, kon men op basis van zijn naar buiten gesmokkelde rapporten inzicht krijgen in de gruwelen van de Shoah. Maar er waren nadien heel veel meer bronnen die stuk voor stuk het ijzingwekkend karakter van de Duitse kampen bevestigden.

Vanaf 1943 was zulke kennis in Europa feitelijk voorhanden voor eenieder die niet te laf of te onverschillig was om weg te kijken. De apologeten van de Geallieerde oorlogsinspanningen verschansen zich meestal achter twee (apert onjuiste) stellingen. Ten eerste dat men niet op de hoogte zou zijn geweest van de ware aard van de vernietigingskampen. En ten tweede dat de geallieerde bommenwerpers niet in staat waren zo diep in het Duitse Rijk hun bommen te droppen. De foto hiernaast bewijst het tegendeel, want is van 4 april 1944. Beide argumenten snijden echter vooral geen hout, omdat er geen enkele aanwijzing is dat men ooit zelfs maar een poging heeft gedaan om de uiterst efficiënte Duitse moordmachine te stoppen.

Veel Duitsers beweerden na WO II geen weet te hebben gehad van de nazigruwelen: wir haben es nicht gewusst. Maar de Geallieerden hebben, door deze moorddadige infrastructuur niet te verwoesten, de vernietiging op zijn minst gefaciliteerd. Met recht een gitzwarte bladzijde uit een in humanitair opzicht toch al weinig hoopvol stemmende eeuw. Een reden te meer om Holocaust Memorial Day tot in lengte van jaren deemoedig te blijven herdenken.

Helter Skelter

Eind november 1968 brengen de Beatles hun negende studioalbum uit. Vanwege de smetteloos witte hoes staat de dubbel-LP (die officieel de naam “The Beatles” draagt) al gauw bekend als The White Album. Hoewel de verkopen in het Verenigd Koninkrijk achter blijven bij Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band uit 1967, is The White Album in de VS een doorslaand succes en staat daar tot op de dag van vandaag in de top 10 van best verkopende albums ooit.

De nieuwe Beatles-LP slaat helemaal in als een bom in een kleine, merendeels uit jonge vrouwen bestaande woongemeenschap die is neergestreken op Spahn Ranch, aan de noordwestelijke rand van Los Angeles. De onbetwiste leider van de groep, een 34-jarige man die meer dan de helft van zijn leven in kostscholen en gevangenissen heeft doorgebracht, raakt er al gauw van overtuigd dat The White Album tal van speciaal voor hem bestemde gecodeerde boodschappen bevat. De boodschappen zouden stuk voor stuk verwijzen naar een op handen zijnde grootschalige rassenoorlog in de VS, door de groep Helter Skelter genoemd, naar een nummer op de dubbel-LP.

Het door overmatig LSD-gebruik gekleurde gedachtegoed van de sekteleden radicaliseert zienderogen en in de zomer van 1969 doet men van zich spreken door een reeks afschuwelijke moorden, bekend geworden als de Tate-LaBianca murders. Het is voor Amerika de schokkende eerste kennismaking met Charles Manson & The Family.

De psychose ontrafeld
Charles Manson, die zichzelf als de messias beschouwde, was eind 1968 door het obsessief beluisteren van The White Album ervan overtuigd geraakt dat de Beatles grootse visionairen waren. Zij hadden de reeds langer aan Manson geopenbaarde waarheid van de op handen zijnde oorlog tussen blank en zwart in Amerika doorgrond en op subtiele wijze in muziek verpakt. Dankzij de vele verborgen toespelingen die Manson in de songteksten van de Beatles meende te ontdekken, viel alles voor hem op zijn plaats. Of zoals de voormalige Manson-volgelinge Catherine Share het in 2009 verwoordde:

“It wasn’t that Charlie listened to the White Album and started following what he thought the Beatles were saying. It was the other way around. He thought that the Beatles were talking about what he had been expounding for years. Every single song on the White Album, he felt that they were singing about us. The song “Helter Skelter”, he was interpreting that to mean the blacks were gonna go up and the whites were gonna go down.”

Charles Manson was al langer geobsedeerd door het idee van op scherp staande raciale verhoudingen. Hij zag deze opvatting nogmaals bevestigd door de moord op Martin Luther King in april 1968. Mansons analyse was extreem karikaturaal en bovendien gegoten in zeer seksistische termen. De enige reden dat de rassenoorlog nog niet was uitgebroken volgens Manson, was omdat als gevolg van de seksuele revolutie van de jaren 60 blanke vrouwen ‘bereikbaar’ waren geworden voor zwarte mannen. Zodra dit – tijdelijke – pacificerende element zou wegvallen, was een rassenoorlog onvermijdelijk. De door de Manson Family opgezette Helter Skelter-campagne zou het laatste zetje geven dat hiervoor nodig was.

The music made me do it
Manson, die in de gevangenis gitaar had leren spelen en sinds zijn vrijlating in 1967 verwoed, maar met niet bijster veel succes, aan de weg timmerde als singer-songwriter, redeneerde dat het uitbrengen van een album met eigen songs het ultieme instrument zou zijn om de onvermijdelijke raciale holocaust te ontketenen:

“More than merely foretell the conflict, this album would trigger it; for, in instructing “the young love,” America’s white youth, to join the Family, it would draw the young, white female hippies out of San Francisco’s Haight-Ashbury. Black men, thus deprived of the white women whom the political changes of the 1960s had made sexually available to them, would be without an outlet for their frustrations and would lash out in violent crimes against whites.”

Daarna zou een niet te stoppen geweldsspiraal ontstaan. Een moorddadige tegenreactie van in het nauw gedreven blanken zou worden uitgebuit door militante bewegingen zoals de Black Panthers. Daarop zou tussen blanken onderling een onverzoenlijke strijd op leven en dood uitbreken, tussen racistische en niet-racistische facties. Hopeloos verdeeld en verzwakt, zou het pleit uiteindelijk worden beslecht door militante zwarten, die alle blanken zouden uitroeien.

Nou ja, alle blanken? De uitverkorenen, Manson en zijn inmiddels flinke uitgedijde ‘familie’, verscholen in een grot in de woestijn van Death Valley, zouden natuurlijk de dans ontspringen. In een post-apocalyptische wereld zouden zij de taak op zich nemen om de nu weer tot bedaren gekomen zwarte bevolking aan de hand te nemen – een zoveelste variant van de aloude White Man’s Burden – aangezien, zoals eenieder weet, zwarten zichzelf niet kunnen besturen. Sekteleider Manson stelde dit zich weinig subtiel als volgt voor: “[I] would scratch the black man’s fuzzy head and kick him in the butt and tell him to go pick the cotton and go be a good nigger.”

Show me the magic
Niet alleen sloten de boodschappen naadloos aan op Mansons sluimerende apocalyptische visioenen, de cryptische teksten van de Fab Four bevestigden voor Manson en de zijnen dat uitgerekend voor henzelf een grootse rol was weggelegd.

Uit teksten van nummers als Don’t Pass Me Bye, I Will, Honey Pie, Blackbird, Happiness is a Warm Gun, Revolution 1 en Helter Skelter construeerde Manson in de eerste weken van 1969 een gitzwarte alternatieve werkelijkheid.

Vaste patronen die hij in de teksten ontwaarde, zijn oproepen tot etnisch geweld (‘When I hold you in my arms/ And I feel my finger on your trigger/ I know no one can do me no harm/ Because happiness is a warm gun/ (Bang bang, shoot shoot)) en de aanstaande revolutie door de zwarte bevolking (‘Blackbird singing in the dead of night/ Take these broken wings and learn to fly/ All your life/ You were only waiting for this moment to arise’.) Hetzelfde thema komt terug in het nummer Revolution 1: ‘You say you want a revolution/ Well you know/ We all want to change the world…/ But when you talk about destruction/ Don’t you know that you can count me out (/in).’ 

Een andere constante in de ogen van de sekteleden is de klemmende oproep van de Beatles aan Manson om zich openbaar te maken als de messias die is teruggekeerd naar de aarde. (‘You say you got a real solution/ Well you know/ We’d all love to see the plan.’). Met het uitbrengen van een eigen succesvol muziekalbum zal Manson vervolgens Helter Skelter in gang zetten, precies zoals de Beatles voorspellen: ‘And when at last I find you/ Your song will fill the air/ Sing it loud so I can hear you/ Make it easy to be near you’ (uit het nummer ‘I Will’) of ‘Oh, honey pie, my position is tragic/ Come and show me the magic/ Of your Hollywood song’. Hollywood, Los Angeles: hoe duidelijk wil je het hebben?

Geen wonder dus dat rond februari 1969, toen deze waanideeën volledig waren uitgekristalliseerd, de groep rond Manson per brief, telegram en telefoon contact zocht met de Beatles om hen duidelijk te maken dat de boodschap helemaal was begrepen. De Manson Family zou alles doen om operatie Helter Skelter in gang te zetten en zo de rassenoorlog te doen ontbranden. Toen weinig verrassend de Beatles niets van zich lieten horen en ook Manson’s pogingen om als muzikant door te breken spaak leken te lopen, kozen de sekteleider en zijn trouwe volgelingen in de zomer van 1969 voor een radicaal andere stategie, die zou eindigen in de brute moorden op onder meer Gary Hinman en Sharon Tate, de hoogzwangere vrouw van filmregisseur Roman Polanksi.

Daarover binnenkort meer in deel 2 van Helter Skelter

Koken met Godwin: de Reductio ad Hitlerum

Zoals eenieder die geregeld met lieslaarzen door de krochten van het internet waadt ongetwijfeld weet,  lopen veel internetdiscussies na verloop van tijd uit de hand. Na het uitwisselen van een rits aan zowel steekhoudende als onzinnige argumenten, komt er gegarandeerd een moment waarop een balorige of gefrustreerde reaguurder als eerste Hitler en de nazi’s erbij sleept. Of zoals advocaat en deskundige op het terrein van internetrecht Mike Godwin het in 1990 snedig formuleerde:

naarmate online discussies langer worden, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met de nazi’s of Hitler één.

Zelfs al betrof het oorspronkelijk een volstrekt onschuldige discussie over kinderpostzegels of de merites van handgebreide wollen sokken.

Vergelijkingen met het nazisme of Adolf Hitler slaan vrijwel standaard elke discussie dood. Op usenetfora, in de begintijd van internet, werden dergelijke vormen van drogredenatie door moderatoren niet zelden bestraft met het rücksichtslos beëindigen van het betreffende topic. De Wet van Godwin stipuleert overigens niet veel meer dan dat op het moment dat voor het eerst het H-woord valt, de discussie blijkbaar zijn uiterste houdbaarheidsdatum heeft bereikt.

Een speciaal geval van zo’n drogredenering is de Reductio ad Hitlerum, een term van de naar de VS geëmigreerde Joods-Duitse filosoof Leo Strauss (1899-1973). Kort gezegd komt het erop neer dat wanneer je in staat bent je tegenstander met een of ander polemische kunstgreep te manoeuvreren in het kamp van Hitler’s Derde Rijk, je automatisch de ander hebt gediskwalificeerd. Dit volgens de logica: “Adolf Hitler (of het nazibewind) was X, dus X is slecht.” Een van de meest fascinerende en vaakst genoemde voorbeelden van een Reductio ad Hitlerum is dat vegetarisme niet deugt, omdat (naar verluid) Hitler een vegetariër zou zijn. Een ingezonden vraag, voorgelegd aan de bekende Amerikaanse voedingsgoeroe John Robbins verwoordt dit prangend:

“You people who say that we would all be more peaceful if we ate a vegetarian diet always seem to forget that Adolph Hitler was a vegetarian. That pretty well destroys your belief system, doesn’t it?”

Vooral overtuigde carnofielen bedienen zich vaak van deze drogredenatie. Als de meest bloeddorstige dictator uit de wereldgeschiedenis geen karbonaadjes at, legitimeert dat voor hen klaarblijkelijk het eten van vlees en plaatst in een moeite door vegetariërs in het beklaagdenbankje.

Op de site van de Canadese Windsor Animal Action Group (WAAG) stond tot voor kort een artikel waarin ‘The Animal-Loving Vegetarian Hitler Myth’ genadeloos werd gefileerd. In zeer vermakelijk proza worden alle drogredenaties die Hitler portretteren als onvermoede dierenvriend, vegetariër of tegenstander van vivisectie bij dieren ontdaan van mystificaties en onjuistheden. Mystificaties waarin Hitler zelf overigens een niet geringe rol speelde. De eindconclusie over Hitlers vermeende vegetarisme is ronduit vermakelijk:

“Occasionally eating only cabbage, as supposedly prescribed by his physician to cure Hitler’s bouts of meat consumption-induced sweatiness and flatulence, is not representative of and does not constitute a vegetarian diet; neither does a binge on pop and chips, nor an all out fast. Hitler’s reputation for being a vegetarian seems to consist solely of his not having eaten “red” meat. The effort to describe Hitler’s eating habits as vegetarian requires changing the definition of “vegetarian” to exclude liver, ham, and sausages from the list of meats, and changing the definition of “animal” to exclude pigs and birds.”

Voor wie inmiddels benieuwd is geworden wat dan wel het favoriete recept van de Führer was (en daar in het internettijdperk ook meteen even een licht verteerbaar YouTubefilmpje bij verwacht) heb ik geen goed nieuws. De aangekondigde bereiding in een kookprogramma van Hitler’s favoriete gerecht Gebakken Forel in Botersaus, leidde in België eind 2008 tot veel tumult. Het lievelingsgerecht van de Führer zou door kok Jeroen Meus bovendien weinig tactisch worden bereid op een steenworp afstand van het Adelaarsnest van Adolf Hitler, nabij de Obersalzberg bij Berchtesgaden. De keuze voor Hitlers forelschotel veel onbegrip op. Eerdere delen waren gewijd aan personen die je hooguit als cereal killers zou kunnen kwalificeren, namelijk Roald Dahl, Jacques Brel, Salvador Dali en Freddy Mercury.

Bij overlevenden van de Holocaust schoot de ‘Koken met Hitler’-aflevering die de VRT haar kijkers wilde voorschotelen dus danig in het verkeerde keelgat. De ontstane commotie toont meteen ook de werking van een Godwin in optima forma: de gewraakte aflevering ging vrijwel direct van tafel. Terry Davids van het Vlaamse magazine Joods Actueel reageerde opgelucht:

‘Het was een walgelijk idee. De makers van dat programma hebben er niet bij stilgestaan dat er nog overlevenden van de Holocaust zijn, en dat het onderwerp nog altijd zeer gevoelig ligt bij de nabestaanden. Alsof je in de kelder van Marc Dutroux zijn lievelingsgerecht zou klaarmaken. Maar dat zou natuurlijk niemand in zijn hoofd halen. Ik vraag me trouwens af wie er geïnteresseerd is in wat een massamoordenaar graag eet.’

Nee, van zulke gestoorde lieden is de menukeuze niet zelden zeer onsmakelijk. Het wordt ongetwijfeld het meest malicieus verwoord in de film Silence Of The Lambs, wanneer psychopaat Hannibal Lecter de telefoon ophangt met de onheilspellende woorden: I do wish we could chat longer, but… I’m having an old friend for dinner.”

© Armworstelaars Patrick Hoff & Josh Sommers

Back On Track

Speervanger is Terug!

Een rampzalig verlopen migratie van de servers van web-log.nl heeft ervoor gezorgd dat Speervanger vanaf eind augustus tot begin december off-line was. Bezoekersaantallen daalden in een klap tot nul, terwijl daarvoor gemiddeld 10.000 bezoekers per maand korter of langer langs wipten op Speervanger. Alle afbeeldingen zijn zoek geraakt, veel interpunctie en opmaak is nog in de war, maar ik zal de komende tijd dat zo goed en kwaad herstellen als mogelijk.

Of ik weer ga bloggen is de vraag. Onderwerpen te over, maar eerst maar eens vaststellen of het heilige vuur terugkeert. Ben veel aan het fotograferen de laatste tijd, kijk maar eens op mijn Flickr-fotosite.

Je kunt ook op de banners hieronder klikken

Ger Bosma - View my '1000+ Views' set on Flickriver

Ger Bosma - View my most interesting photos on Flickriver

Verzwolgen door de Golven: Stedeke Gryn

Zoals de afgelopen week goed te merken was, is het winterseizoen in Nederland ook traditioneel het stormseizoen. In de late herfst koelt het in het noordelijk deel van het noordelijk halfrond snel af, terwijl het in in Zuid-Europa vaak nog stevig nazomert. Door de grote temperatuursverschillen ontstaan sterke straalstromen in de bovenatmosfeer, waardoor vooral in dit seizoen vaak diepe lagedrukgebieden ontstaan die met grote vaart over de Britse Eilanden en de Noordzee razen.

De meeste van de catastrofale stormen die de Lage Landen sinds de Middeleeuwen troffen en grote delen daarvan onder water zetten, vonden dan ook plaats in de periode van november tot februari. Zo ook de St. Luciavloed, een alles vernietigende stormvloed die plaatsvond in de nacht van 13 op 14 december 1287, onder meer beschreven in de annalen van het klooster van Wittewierum (Groningen). In termen van slachtoffers – zeker als percentage van de totale bevolking – is de Sint Luciavloed zelfs een van de grootste vloedrampen in de wereldgeschiedenis. In totaal kwamen in Noord-Holland, Friesland en Groningen tussen de 50.000 en 80.000 mensen om het leven, op een totale bevolking van zo’n half miljoen zielen.

De dertiende eeuw verliep qua dodelijke megastormen sowieso desastreus. De Lage Landen werden namelijk verder nog getroffen door de grote Noordzeevloed van 1212 (60.000 doden) de Sint-Marcellusvloed van 1219 (36.000 doden) en een tiental kleinere overstromingen met telkens honderden tot duizenden doden. Het toont maar eens te meer aan, dat het heroïsche gevecht van de Nederlanders met het water ook vaak roemloos werd verloren. Luctor et Submergo.

Het Nederland van een millennium geleden zag er totaal anders uit dan nu. De Noordzeekustlijn was toen nog vrijwel ononderbroken. De Waddenzee, in 2009 door de UNESCO uitgeroepen tot werelderfgoed, bestond destijds nog helemaal niet: Texel en alle andere waddeneilanden waren verbonden met het vasteland. Ook de latere Zuiderzee, na de afsluiting in 1932 omgedoopt tot IJsselmeer, was nog hoofdzakelijk een laaggelegen merencomplex annex moerasveengebied. Het werd in die tijd Aelmere – ofwel Palingmeer – genoemd, etymologisch gezien inderdaad niet echt spannend. Dit Aelmerengebied was met de Noordzee verbonden door een nauwe zeearm, die uitmondde in het gebied waar later de eilanden Vlieland en Terschelling zouden ontstaan. Ook andere grote zee-inhammen als de Lauwerszee en de Dollard bestonden zo’n 1000 jaar geleden ook nog niet in hun huidige vorm.

In de 12e en 13e eeuw veranderde het uiterlijk van de Noordelijke Lage Landen drastisch. Een belangrijk factor daarin was de stijging van de zeespiegel gedurende de warme periode van 850 -1200. Samen met het steeds verder afgraven van veengrond voor turfwinning, als brandstof voor de inwoners van de hoger gelegen stedelijke gebieden in West- en Midden-Nederland, werd het Aelmeergebied kwetsbaarder voor de invloeden van met name zware noordwesterstormen. Najaars- en winterstormen drongen in de loop der eeuwen dieper en dieper in de kwetsbare laaglanddelta door. Daarbij werden grote delen van de resterende veenlanden weggeslagen.

De Sint Julianavloed in 1164 en de Allerheiligenvloed uit 1170 luidden de periode van overstromingen en grootschalige landerosie in. In 1170 brak de Noordzee door de duinenrij tussen Texel en Huisduinen (bij Den Helder) en werd het Marsdiep, voorheen een beek, een kolkend zeegat. Bij die gebeurtenis werd ook het tussen Texel en Medemblik gelegen Creiler Woud verzwolgen door de golven. Het land tussen Texel, Medemblik en Stavoren werd overstroomd, en Texel en Wieringen werden eilanden.

Tijdens de stormvloeden van 1212, 1214 en 1219 (36.000 doden) en 1248 drong het zeewater steeds dieper Aelmere in en werd het allengs een binnenzee. De genadeklap kwam met de Sint Luciavloed van 1287. Deze waterramp scheidde Friesland definitief van West Friesland en verzwolg tal van dorpen en steden in het tussenliggende gebied, waaronder het inmiddels al lang in de vergetelheid geraakte ommuurde stadje Griend (ook Grint of Gryn), ten noordwesten van Harlingen.

Stedeke Gryn
Tegenwoordig slechts een zandplaat in de Waddenzee, was het eiland Griend in de Middeleeuwen bewoond. Niet alleen dat, er bevond zich een ommuurde nederzetting met poorten, grachten, een klooster en zelfs een hogeschool. Griend was aan het begin van de 13e eeuw dan ook een welvarend eiland, met name beroemd om zijn kaas. Met enige wijsheid achteraf kan je stellen dat het een slecht doordachte beslissing was van de Griendenaren om een tweetal kanalen te graven, om zo de bloeiende handel met het achterland verder te versterken. De Jetting werd in het begin van de 13e eeuw gegraven om de Friese steden te bedienen. Ook achter Vlieland langs werd een nieuwe vaart aangelegd, de Monnikensloot. Griend, reeds gevoelig kleiner geworden door al het eerdere natuurgeweld in de 12e en 13e eeuw, bleek uiterst kwetsbaar. De grote kladeradatsch kwam uiteindelijk in december 1287, toen het stadje vrijwel geheel in de golven verdween, op een tiental huizen na. Griend kwam er nooit meer bovenop. De ‘twaalfde stad van Friesland’ was niet meer.

Tot in de achttiende eeuw werd Griend nog wel bewoond door veehouders, die hun woonsteden op kunstmatig opgeworpen terpen hadden gebouwd. Rond 1800 was het eiland nog altijd zo’n 25 hectare groot, maar verplaatste zich met een snelheid van 7 meter per jaar naar het zuidoosten. Vaste bewoners kende Griend vanaf dat moment niet meer, maar werd nog wel gebruikt door bewoners van Terschelling als weidegebied voor schapen en voor de winning van hooi. Ook werden de eieren van meeuwen en sterns geraapt voor de consumptie. De Vereniging Natuurmonumenten, de huidige eigenaar, kocht het recht op het maaien van gras in 1916 af en richtte er een aantal bewaakte broedkolonies in.

Niets op de stille zandplaat in de Waddenzee herinnert vandaag de dag nog aan het eens zo roemruchte verleden

 

De weg naar Kunduz

Eind januari stemde de GroenLinks-fractie (minus onze eigen Ineke van Gent) in met het geven van steun aan de omstreden politie-missie voor het Afghaanse Kunduz. Ook twee maand later is er bij een groot deel van de achterban enorme onvrede over deze beslissing, haar motivatie en de manier waarop dit besluit tot stand kwam. Voor mijzelf is het in ieder geval de voornaamste reden om na 10 jaar lidmaatschap een punt te zetten achter mijn activiteiten voor GroenLinks.

Verspeeld krediet
Toen half december Femke Halsema bekend maakte dat ze zou opstappen en haar opvolgster Jolande Sap presenteerde, had ik niet gedacht dat deze in staat zou zijn om in zo’n rap tempo alle krediet te verspelen die GroenLinks onder Halsema had opgebouwd. Ondanks de kritiek die ik zeker ook had op Halsema en de allengs meer liberale koers van de partij (een soort groengewassen D66 light), was zij wat mij betreft uitgegroeid tot iemand van statuur die bijna boven de partijen stond. Femke was ongetwijfeld het grootste pre van GroenLinks de laatste jaren.

Hoewel vast een degelijk politica, ben ik over haar opvolgster Jolande Sap aanmerkelijk kritischer. Met name de behandeling van het dossier Kunduz heeft het krediet voor Sap nogal gereduceerd. Saps emotionele betogen in de kamer, haar doofheid voor de massale en zeer terechte kritiek uit de achterban en ook haar goedgelovigheid in de toezeggingen door premier Rutte maken op mij een bar slechte indruk. Met name neem ik haar – en de veel te volgzame fractie – kwalijk dat men in weerwil van alle bekende feiten een onwrikbaar, welhaast wereldvreemd geloof in de maakbaarheid van de weerbarstige Afghaanse realiteit bleef uitstralen. Ook tegen de uitdrukkelijke wens van een groot deel van de partij en het kader in.

Schadelijk idealisme?

Bevlogenheid en idealisme zijn in principe natuurlijk prachtig. Maar je op zo’n naxefeve en opzichtige wijze voor het karretje laten spannen van hetzelfde cynische westers imperialisme dat Afghanistan al meer dan dertig jaar lang tot een treurig stemmend slagveld heeft gemaakt? Dat lijkt me geen goed idee. Deze onverkwikkelijke periode werd grosso modo in 1980 ingeluid, toen Jimmy Carter’s Nationaal Veiligheids Adviseur Zbigniew Brzezinski direct na de Sovjet invasie in Afghanistan in een memo aan Carter stelde: “We now have the opportunity to give the Soviet Union its own Vietnam”.

De rest van het verhaal kennen we: de bewapening door de CIA in de jaren 80 van de moedjahedien, van allerlei verfoeilijke criminelen en van religieuze fanatici als Osama Bin Laden alsook de latere Taliban, met vele honderden miljoenen dollars. Wat voorspelbaar volgde was een implosie van het land na het verdrijven van de Sovjet-troepen. Daana, tijdens de bloederige en onmenselijk wrede Afghaanse burgeroorlog in de jaren 90, had het westen in een keer alle interesse verloren. Onderwijl voerden onze handen afhakkende voormalige ‘bondgenoten’ de sharia in en zakte een verloren generatie weg in een moeras van analfabetisme, armoede en zelotische achterlijkheid.

Toen zo’n 14 jaar geleden na veel strijd de zegevierende Taliban het in de jaren 70 nog relatief mondaine Afghanistan definitief transformeerden in een primitief tribaal en religieus reservaat, waren de enige belangen die Clinton en Bush jr. zagen de miljardendeals die de olierijkdommen van de Kaspische Zee moesten ontsluiten voor westerse benzineslurpers en Abrahamtanks. Dit alles een logisch uitvloeisel van hetzelfde arrogante geo-strategische wanbeleid dat tot op de dag van vandaag in deze tumultueuze regio de boventoon voert.

Anno 2011, met behulp van ‘onze’ politietrainers in Kunduz, zullen we nu eindelijk de zaak recht zetten? En kunnen gelukkig “de meisjes binnenkort weer naar school”, zoals de propagandariedel gaat? Te belachelijk voor woorden. Zolang Nederland aansluiting blijft zoeken bij de Amerikaanse militaire strategie voor Afghanistan, is er geen enkele kans op duurzame verbetering. Alle voortekenen in Kunduz en elders in Afghanistan wijzen daarop. Een uit het pacifisme voortkomende partij als GroenLinks zou dat, meer dan wie ook, moeten onderkennen.

De hel van Kunduz
Extra navrant in deze is natuurlijk dat de steun van GroenLinks onontbeerlijk was in het laten doorgaan van deze missie. Had tweederde van de kamer al voorgestemd, dan was het een hamerstuk en was de steun van GroenLinks niet zo cruciaal geweest. Het is daarmee een hele verantwoordelijkheid die je als partij op je laadt. Daarnaast lijkt het me ten enen male onwenselijk dat beslissingen als deze, die gaan over oorlog en vrede, genomen worden met een meerderheid van de helft plus 1. Zeker op basis van een aantal boterzachte toezeggingen van Rutte waarvan ieder weldenkend mens beseft dat ze losgezongen zijn van de Afghaanse realiteit. De exorbitante kosten (1 miljard voor het enkele weken trainen van hooguit enkele honderden of duizenden ongeletterde rekruten) komen daar nog eens bij.

Het is daarom volstrekt begrijpelijk dat het doordrukken van deze koers door Sap c.s. binnen grote delen van GroenLinks bijzonder slecht is gevallen. Wat Sap duidt als idealisme, helpt Afghanistan geen steek verder en is bovendien een onwelriekende splijtzwam in de partij. Hoe graag de fractie het misschien anders zou wensen: ook de weg naar de hel van Kunduz zal eens te meer geplaveid blijken te zijn met goede voornemens.

Geschreven op 20 maart 2011 voor de Groene Klinker, ledenblad GL Groningen.

xa9 Cartoon: David Horsey, Tribune Media Services

Groningen in HDR

HDR staat voor “High Dynamic Range” en duidt op beelden met een hoog dynamisch bereik, waarbij zowel zeer donkere delen als zeer heldere delen goed worden weergegeven. Met behulp van tone mapping-technieken kan het contrast worden verminderd en kunnen afbeeldingen worden gemaakt met behoud of overdrijving van lokaal contrast om zo een kunstzinnig effect te bereiken.

De meeste gangbare foto’s hebben een klein dynamisch bereik, net als verreweg de meeste digitale camera’s en ook beeldschermen. Het menselijk oog heeft een zeer groot dynamisch bereik, sommige duurdere digitale camera’s hebben ook een relatief groot dynamisch bereik en kunnen daarom ook erg donkere en erg lichte delen tegelijkertijd opslaan.

Door het gebruik van HDR instellingen op Digitale Spiegel refelxcamera’s ben je in staat om enkele foto’s snel achter elkaar te maken, met verschillende belichtingstijden (bracketing). Door die foto’s te combineren kan daar een HDR-afbeelding mee samengesteld worden.

Bron: wikipedia (tekst bewerkt)

Veel meer architectuur en natuurfoto’s op mijn Flickr-Photostream

Ger Bosma - View my recent photos on Flickriver

De Provincie vs. Den Haag

2011 is wederom een verkiezingsjaar. Op 2 maart vinden de verkiezingen voor de Provinciale Staten plaats. Zoals de laatste jaren gebruikelijk met om het even welke verkiezing, is ook deze Statenverkiezing goeddeels te beschouwen als een peiling hoe de kiezer denkt over de Haagse politiek. Ook nu zullen ongetwijfeld vooral de zwaargewichten uit de Tweede Kamer in februari de media domineren en wordt 2 maart in essentie een graadmeter van de populariteit van de zittende regeringscoalitie.

Je kan het spijtig vinden, maar normaal gesproken zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten niet iets waar de kiezer warm voor loopt. De laatste keren was het opkomstpercentage nog geen 50 procent. Als de voortekenen niet bedriegen, is het animo om te gaan stemmen dit jaar beduidend groter. Dat komt niet per se omdat de kiezer zich ineens bovenmatig is gaan interesseren voor Provinciale thema’s. De oorzaak moet zoals gezegd voornamelijk in het Haagse worden gezocht. We hebben immers te maken met getrapte verkiezingen, waarbij de zetelverdeling in de Provinciale Staten vrijwel één op één bepaalt welke senatoren plaats nemen in de bankjes van de Eerste Kamer: de Statenleden kiezen namelijk de Eerste Kamerleden.

Vleugellam
Overigens valt er evenmin een hernieuwde waardering van de kiezer voor de Eerste Kamer te noteren. Dit ‘Hogerhuis’ wordt toch vaak als een relict uit oude tijden weggezet. Vooral in PVV-kringen gingen geregeld stemmen op om de Eerste Kamer op te heffen of drastisch te verkleinen. Dat geluid wordt de laatste tijd echter nauwelijks meer vernomen in de entourage van de Grote Blonde Gedoger. Ook de Eerste Kamer is inmiddels een strijdterrein geworden voor de in 2010 in volle hevigheid opgelaaide politieke loopgravenoorlog tussen rechts en links. De PVV lijkt ondertussen ook in de Senaat hoge ogen te kunnen gaan gooien, vooral ten koste van het CDA.

Aangezien het door Wilders gedoogsteunde kabinet Rutte tot nu toe geen meerderheid in de Eerste Kamer heeft, staat er inderdaad veel op het spel. Blijft de coalitie van VVD-CDA+PVV steken op minder dan 38 zetels, dan wordt (c.q. blijft) het kabinet Rutte in belangrijke mate vleugellam. Daadkrachtig regeren wordt dan de komende jaren een erg lastig verhaal. Dat het kabinet inzake de voorgenomen BTW-verhoging op theater- en concertkaartjes op pijnlijke wijze bakzeil moest halen, kan heel wel de voorbode zijn voor het soort politieke impasses dat ontstaat als de Senaat gedomineerd blijft door de oppositiepartijen. In dat geval kan de oppositie alsnog alle met moeite door de Tweede Kamer geloodste wetsvoorstellen van de regering torpederen, of verregaande amendementen afdwingen.

Immers, de gedoogsteun van de PVV beperkt zich ook maar tot een handjevol onderwerpen. Op veel andere dossiers zullen wisselende coalities met de oppositie moeten worden gezocht. Een goede verkiezingsuitslag bij de Provinciale Staten is derhalve voor de 3 partijen die het kabinet Rutte mogelijk maken een must. Aan de linkse en centrumrechtse oppositie de schone taak om dit te verijdelen. Op dit moment heeft het CDA 21 senaatszetels, de VVD 14 en de PVV 0. Weliswaar zal de CDA net als in juni 2010 in de Tweede Kamer ongetwijfeld een fiks (en terecht) pak slaag krijgen van de kiezer, maar de VVD gaat hiervan profiteren. De PVV zal, indien schandalen rond aspirant kandidaten deze keer achterwege blijven, met stip de Eerste Kamer binnen katapulteren. Daarmee wordt de partij van Wilders, ooit begonnen als eenmansfractie, voor langere tijd stevig ingebed in het Nederlandse politieke landschap; of we daar nu blij mee zijn of niet.

Verkiezingskoorts
Dit onderliggende Haagse motief zal ongetwijfeld – tegen wil en dank – de komende weken de eigenlijke Provinciale verkiezingen gaan overschaduwen. Dat er zoveel op het spel staat is toch behoorlijk uniek in de Nederlandse parlementaire geschiedenis. De uitslag van Statenverkiezingen had voorheen vooral invloed op de sfeer tussen coalitiepartners, maar nu treft het die samenwerking in het hart. Slechts in 1958 en in 1982 zou je met enige goede wil de Statenverkiezingen kunnen beschouwen als de langzame inleiding tot de val van een zittend kabinet. Wetend wat de inzet is, zullen Haagse kopstukken tijdens deze campagne dan ook de boventoon gaan voeren.

In de Volkskrant viel onlangs te lezen hoe GroenLinks-lijsttrekker in de Eerste Kamer Tof Thissen de verandering duidt. Vier jaar geleden deed hij voor het eerst mee, weliswaar ook toen ondersteund door Femke Halsema. Maar nu gaat aan zijn zijde politiek leider Jolande Sap voluit meedoen. Ook Thissen zelf zal veelvuldig moeten aantrede: “Ik heb een tienvoudig aantal verzoeken mee te doen aan debatten.”

Overigens hoeven we ook niet al te cynisch te zijn. Een hoge opkomst bij de Statenverkiezingen is ook voor sociaal-progressieve partijen als GroenLinks sowieso mooi meegenomen, aangezien hun achterban over het algemeen meer op heeft met de Provinciale Staten. Wanneer als indirect gevolg hiervan ook de mogelijkheid ontstaat om het kille en onbarmhartige rechtse beleid van de regering Rutte op tal van terreinen gevoelig om te buigen, dan is dat voor de linkse oppositie alleen maar winst.

Geschreven op 22/1/11 voor het ledenblad van GroenLinks Groningen, de Groene Klinker

 

Flicker & Fade

Aangezien mijn Picasa natuurfotosite tot de nok toe vol zit met foto’s, heb ik onlangs maar de stap gemaakt om ook maar een Flickr-profiel aan te maken. Ook voor de broodnodige interactie: vergeleken met Flickr is Picasaweb maar een dooie boel. Overigens zijn mijn kleine 2200 foto’s op Picasaweb van de afgelopen 4 1/2 jaar daar toch enkele tienduizenden keren bekeken, alleen heb ik eigenlijk geen idee door wie precies.

Vanaf nu er is dus geen enkel excuus meer om niet ook mijn photostream op Flickr te bekijken.

Tot nu toe zijn dit de twee populairste foto’s. (Directe link: foto 1, foto 2)

En nu opgeflickrd allemaal!

 

 

 

Russia’s Greatest Love Machine

Gister was het precies 94 jaar geleden dat de Russische monnik en gebedsgenezer Grigori Raspoetin de dood vond. Aan het hof van de laatste tsaar Nicholaas II stond Raspoetin (1869-1916) bekend als een gewiekste intrigant met een duistere reputatie, die een grote rol achter de schermen speelde. Door zijn heilzame invloed op de aan hemofilie leidende jonge tsjarevitsj Alexsej, wist Raspoetin als een Greet Hofmans avant la lettre vanaf 1907 allengs in de gratie te geraken van met name de vrouw van Nicolaas, Alexandra Fjodorovna.

De invloed van de ‘gekke monnik’ Raspoetin werd nog aanmerkelijk groter nadat Nicolaas vanaf 1915 naar het front vertrok om het hoofd te bieden aan het offensief van de Duitse en Oostenrijks-Hongaarse legers. De tsarina, die eigenlijk Alix von Hessen-Darmstadt heette en verwant was aan de Duitse keizer Wilhelm II ontmoette sowieso al veel wantrouwen aan het Russische hof in Sint Petersburg. Roddels over haar vermeende seksuele verhouding met de onvoorspelbare Raspoetin deden hun beider reputatie tot een dieptepunt dalen. Dit alles maakte Raspoetin een van de meest gehate en gevreesde personen. Zijn ondergang was slechts een kwestie van tijd.

Over Raspoetin doen allerlei buitenissige anekdotes de ronde, met name omtrent zijn ongekende libido en seksuele uitspattingen. Laten we het er maar op houden dat de monnik Raspoetin er niet bepaald een celibataire levensstijl op na hield. Het hardnekkige verhaal dat zijn naam Распутин in het Russische ‘de losbandige‘ zou betekenen, is helaas net iets te mooi om waar te zijn, hoewel het inderdaad erg lijkt op het woord pаспу́тны = liederlijk, zedenloos. Dit is in ieder geval wel de insteek van het stampende nummer ‘Rasputin‘ (Russia’s Greatest Love Machine) van discolegendes Boney M, met zanger Bobby Farrell in de rol van Raspoetin: 

Most people looked at him with terror and with fear
But to Moscow chicks he was such a lovely dear
He could preach the bible like a preacher
Full of ecstacy and fire
But he also was the kind of teacher
Women would desire

RA RA RASPUTIN
Lover of the Russian queen
There was a cat that really was gone
RA RA RASPUTIN
Russia’s greatest love machine
It was a shame how he carried on [hele tekst]

Ook in het kreupele Boney M Engels wordt Raspoetin nadrukkelijk neergezet als een sexbeest. Hij was volgens de verhalen nogal fors geschapen en zijn penis zou na zijn dood verwijderd zijn en op sterk water gezet. Het Erotisch Museum in Moskou claimt Raspoetins snikkel in haar collectie te hebben.

De moord

Vooral het verhaal rondom de moord op Raspoetin op 29 december 1916 is ronduit bizar. Op die avond werd Raspoetin uitgenodigd voor een feest ten huize van prins Felix Joesoepov. Het plan van de samenzweerders was om Raspoetin daar te vergiftigen middels gif in zijn wijn en gebak. Ondanks een overdosis kaliumcyanide bleef de beresterke Raspoetin gewoon dooreten en drinken. Omdat het gif, genoeg om 5 mensen te doden, zijn uitwerking miste, schoot Joesoepov diverse malen op hem met een pistool. Raspoetin viel ter aarde, maar was niet dood. Hij probeerde Joesoepov vervolgens te wurgen, terwijl hij naar verluid ‘stoute jongen’ in diens oor fluisterde.

Raspoetin werd nu opnieuw onder vuur genomen door de overige samenzweerders. Hij stond echter weer op en kwam op zijn belagers af, waarna die hem met knuppels te lijf gingen. Nadat Raspoetin echt niet meer bewoog, werd zijn lichaam in een tapijt gewikkeld en gedumpt in een rivier. Op een of andere manier wist hij ook hieruit te ontsnappen, maar verdronk uiteindelijk toch onder het ijs.

Dit is officieel de doodsoorzaak in het autopsierapport. Er bestaan echter talloze variaties op dit verhaal en de precieze omstandigheden rond de moord blijven raadselachtig. Prins Joesoepov, de belangrijkste getuige, wijzigde zijn verklaring een aantal malen. Recente gegevens werpen een nieuw licht op de mogelijke ware toedracht in die koude decembernacht 94 jaar geleden.

Boney M geeft er in deze stampende klassieker in ieder geval zo zijn eigen draai aan. Bekijk vooral ook de memorabele videoclip, waarin zanger Bobby Farrell (met opplakbaard) Rasputin op onnavolgbare wijze vertolkt.

En of de duvel ermee speelt: vandaag werd bekend dat Farrell op 61 jarige leeftijd is overleden in een hotelkamer in Sint Petersburg, waar hij verbleef voor een eenmalig optreden met zijn begeleidingsband.

Het Raadsel van de Kortste Dag

Draaiende aardbolVandaag is het de kortste dag van het jaar. In de Bilt komt de zon zon pas om 8:46 op om 16:30 gaat zij al weer onder. Merkwaardig genoeg betekent dit niet dat dit ook het laatste moment is waarop de zon opkomt en het vroegste moment waarop de zon ondergaat. Je zal het wellicht niet gemerkt hebben, maar sinds 13 december gaat de zon al weer later onder, weliswaar slechts 2 minuten, maar toch.

Pas vanaf 4 januari gaat de zon weer steeds vroeger op, vanaf een uiterste opkomsttijd van 8:48. Het lijken misschien hele kleine verschillen. Maar wanneer je bedenkt dat – voorafgaand aan de vroegste zonsondergang op 13 december – 5 december de laatste dag was dat de zon net als nu óók om 16:30 onderging (en dat  de zon op die dag al om 8.30 opging, 16 minuten eerder dan vandaag) begrijp je dat dit toch wel een intrigerend fenomeen is.

De verklaring is nog behoorlijk ingewikkeld. Er zijn twee hoofdoorzaken. Ten eerste is de baan van de aarde om de zon geen perfecte cirkel is, maar een ellips waardoor de zon aan de hemel in de winter sneller beweegt dan in de zomer. Als gevolg van de Tweede Wet van Kepler is namelijk de hoeksnelheid van de aarde op het perihelium (kleinste afstand van de aarde tot de zon, valt in januari) het grootst, waardoor de zonnedag (de periode tussen de hoogste stand van de zon op twee opeenvolgende dagen) steeds langer wordt. Het lijkt misschien vreemd, maar de verklaring is voor de handliggend: de aarde moet door de hogere hoeksnelheid namelijk in deze periode net iets verder om zijn as draaien om de zon weer op het hoogste punt voor zich te krijgen.

Voor een waarnemer op het noordelijk halfrond lijkt het dus alsof de zon in de winter dagelijks iets later door het zuiden gaat. Na het maximum begin januari valt het moment dat de zon door het hoogste punt gaat door de vertragende hoeksnelheid weer steeds eerder. In de Noordelijke zomer is de aarde het verst van de zon verwijderd (aphelium) , de hoeksnelheid het laagst. Het levert een een keurige sinusbeweging op met maximale hellingshoeken begin januari en (negatief) begin juli en een omdraaiing van de beweging begin april en en begin oktober. (zie grafiek beneden in groen)

Maar ook de hellingshoek van de aardas (23,45 graden) ten opzichte van de baan om de zon speelt een rol. Deze inclinatie veroorzaakt niet alleen onze seizoenen, maar beïnvloedt ook de lengte van de zonnedag. Rond de winterzonnewende van 21 december is de aardas naar de zon toe gekanteld, met het zuidelijk halfrond in de richting van de zon gericht.

De relatieve beweging van de aarde om de zon is op dat moment vrijwel geheel van oost naar west gericht. Er is rond deze periode immers nauwelijks beweging op de noord-zuid as. Dientengevolge is er in deze periode ook nauwelijks beweging in de lengte van de dag. Het duurt daarom dus ook relatief lang voordat de aardrotatie deze dagelijkse beweging op de oost-west-as ‘inhaalt’. De zonnedag wordt ook hierdoor langer.

De oost-west beweging neemt in de periode tot aan de lente-equinox van 21 maart af ten opzichte van de noord-zuid beweging, die rond die tijd juist haar maximum bereikt. De baanbeweging is nu niet geheel in de oost-west richting en wordt sneller ingelopen door de draaiing van de aarde om zijn as. Dit verkort de zonnedag. Vanaf de aarde gezien racen de opgaande en ondergaande zon steeds sneller naar het noorden. Rond 21 juni is is de verkorting van de zonnedag maximaal, waarna de beweging weer omkeert. Op basis hiervan doorloopt de lengte van de zonnedag een half jaarlijkse cyclus. (Deze is in de grafiek rood)

De uiteindelijke grafiek (dank aan wiki) van de vereffening die nodig is om de zonnedag in overeenstemming te brengen met onze normale tijdrekening van 365 of 366 dagen van 24 uur is een combinatie van beide factoren. Dus een combinatie van een enkelvoudige sinus- of golfbeweging en een dubbele sinus. Het leidt tot de onderstaande blauwe curve.  In de grafiek kun je je zien dat in het najaar en de winter de twee invloeden elkaar versterken. Het veroorzaakt dat de zonnetijd rond 2 november ruim 16 minuten voorloopt. Rond 11 februari wordt de grootste achterstand bereikt, een kleine 15 minuten. In de lente en de zomer dempen de twee invloeden elkaar juist.

 

 

Antikythera in LEGO

De oudste computer ter wereld, zo wordt het het Mechanisme van Antikythera wel genoemd. Het is een analoge computer uit de 2e/1e eeuw voor Christus, die werd opgevist uit een wrak in de wateren rondom het kleine Griekse eilandje Antikythera. Het zwaar beschadigde en gecorrodeerde mechanisme zou oorspronkelijk hebben bestaan uit zo’n 38 tandwielen waarmee ingewikkelde astronomische berekeningen konden worden uitgevoerd.

Het de Antikythera-mechaniek bestaat uit verschillende lagen gegraveerde platen en tandwielen die gegevens over de stand van de zon, de maan en de vier in de oudheid bekende planeten Venus, Mars, Jupiter en Saturnus toonden. Het was een intrigerend staaltje van technisch vernuft dat pas aan het eind van de 18e eeuw werd geëvenaard.

Vriend wiki stelt: “Een maanwijzer gaf de maanfasen weer, een andere wijzer gaf informatie over de opkomst en de ondergang van de voornaamste heldere sterren. Het was zo geavanceerd dat een datum ingevoerd kon worden door middel van een aantal draaischijven waarna de gewenste informatie op de wijzerplaten getoond werd. En omgekeerd, door de wijzer op een belangwekkende astronomische gebeurtenis te zetten (maansverduistering bijv.) kon de bijbehorende datum afgelezen worden.”

Tal van moderne reconstructies zijn inmiddels gemaakt, bijvoorbeeld deze. Naarmate men meer onderzoek doet, duiken er steeds weer nieuwe toepassingen op van deze geavanceerde analoge computer uit de Oudheid. Zo werd in 2008 bekend dat op de wijzerplaat ook de data waren af te lezen van de Panhelleense Spelen: “Instead of one Olympics as there is today, the ancient Olympiads, called the Panhellenic Games, comprised four games spread over four years. The four sectors of the dial are inscribed with a year number and two Panhellenic Games: the “crown” games of Isthmia, Olympia, Nemea and Pythia; and two lesser games: Naa (held at Dodona) and a second game which has not yet been deciphered.”

Een mirakels stukje techniek dus, hoewel uit deze video blijkt dat hadden de oude Grieken de beschikking gehad over een flinke partij Technisch Lego onderdelen, ze ook een heel eind waren gekomen.

Zie Ginds komt Sint Wodan

Bij de presentatie van haar partij TON in april 2008 gaf Rita Wie kent haar nog? Verdonk een onvervalst staaltje pepernotennationalisme ten beste. Ze luidde de noodklok over ons prachtige cultuurgoed, dat dezer dagen, gelijk strooigoed, te grabbel wordt gegooid.

“Er is een sterke weg-met-ons stroming die ons al jaren wil doen geloven dat onze cultuur niet bestaat en die onze waarden en normen zelfs minderwaardig vindt ten opzichte van andere culturen. Ze stellen zelfs het sinterklaasfeest ter discussie. En willen overal slavernijmonumenten om ons als slecht af te schilderen.”

Ach ja, die Rita… Wat had ze destijds toch feilloos de vinger aan de pols van het gesundes volksempfinden. Anno 2010, terwijl de slavernijmonumenten als gifzwammen de grond uit schieten, gaat immers niet ook het oerhollandsche feest van de Goedheiligman naar de gallemiezen?!? Op sterven na dood dit prachtige volksfeest, uiteraard door een onzalige kongsie van linksige cultuurrelativisten en verzuurstokte suikerfeestvierders, hoewel die laatste groep inmiddels andere problemen lijkt te kennen. Maar hoe hollands is Sinterklaas eigenlijk? Hier de feiten in een notendop.

De historische Sint Nicolaas was bisschop in Myra, de hoofdstad van de streek Lycië in Klein Azië, het huidige Turkije. Het is echter een misvatting om hem als Turk te betitelen, zoals vaak gebeurt, want Nicolaos was feitelijk een Griek, stevig ingebed in de hellenistische cultuur. Turkse stammen drongen bovendien niet eerder dan tussen de 6e en 10e eeuw in Klein-Azië door en pas met de komst van de Seltsjoeken in de 11e eeuw werd er een krachtige etnisch Turkse staat gevestigd in dit gebied.

Nicolaas van Myra leefde van ca. 280 tot – jawel – 6 december 342 (of 352). Volgens de overlevering was hij een mirakelse koter. Zo stond hij al direct na zijn geboorte rechtop in zijn badje, met zijn handjes devoot ten hemel geheven. Alsof hij God dankte voor het wonder van zijn geboorte. Verder pleit voor de kleinheiligman natuurlijk enorm dat hij op woensdag en vrijdag, de traditionele vastendagen, onverbiddelijk zijn moeders borst versmaadde. Als volwassene ontpopte Nicolaas zich tot weldoener en wonderdoener en stond hij bekend om zijn wijsheid en vergevingsgezindheid.

Later heilig verklaard en het onderwerp van vele Middeleeuwse sagen, verspreidde Nicolaas’ feestdag zich aanvankelijk alleen naar oostelijk en Midden-Europa. (In weerwil van het chauvinisme dat Sinterklaas als typisch Nederlands bestempelt, wordt op beperkte schaal ook in al deze landen Sinterklaas tot op de dag van vandaag gevierd.) In de 13e eeuw krijg de bisschop uit Klein-Azië ook een stevige voet aan de grond in West-Europa en werd zijn naamdag ook in onze contreien een van de belangrijkste feestdagen. In ieder geval vanaf 1427, zo blijkt uit archiefstukken, werden in bisschopsstad Utrecht in de Sint Nicolaaskerk op 5 december schoenen gezet. Welvarende Utrechters stopten daar dan giften in, met name muntgeld en lekkernijen. Op 6 december werd de opbrengst verdeeld onder de arme kinderen in de stad.

Het Sinterklaasfeest werd op termijn zo’n populair (en losbandig) volksfeest, dat deze katholieke heilige ook moeiteloos de 16e eeuwse periode van reformatie overleefde, toen grote delen van de Noordelijke Nederlanden zich bekeerden tot het protestantisme, dat van heiligen niets moest hebben. Op schilderijen uit de 17e eeuw van Jan Steen (1625-1679) is te zien wat voor snoepgoed kinderen in die tijd zoal in hun schoen kregen. Zaken als chocoladeletters, marsepein, peper- en kruidnoten, speculaaspoppen en borstplaat zouden heden ten dage ook niet misstaan in een paar kekke Lelli Kelly’s. Daarnaast was er ook vaak een zakje zout of een roe; en niet alleen voor stoute jongens.

De moderne Sinterklaas is echter vooral een 19e eeuws creatie, uit de koker van de Amsterdamse onderwijzer en schrijver van kinderboeken Jan Schenkman. In 1850 verscheen Sint Nicolaas en Zijn Knecht, met prachtige gekleurde prenten. Daarin komen alle tegenwoordig bekende elementen in volle glorie naar voren. De oorsprong van de Sint uit het katholieke Spanje en zijn komst met een toen hypermodern vervoersmiddel, een heuse stoomboot. Helper Zwarte Piet was ook van de partij, hoewel eerst nog niet onder die naam. Wel is hij uitgerust met een roede en een zak kadootjes, waarmee hij door de schoorsteen naar binnenkomt. Ook het befaamde boek van Sinterklaas wordt door Schenkman (What’s in a name?) geïntroduceerd:

Sint Niklaas, de Bisschop / Schrijft hier in zijn boek / Al wat hij gehoord heeft / Bij ‘t jaarlijksch bezoek. -  Wie zoet was of stout was / Hij voegt het er bij / Wat zou hij wel schrijven / Van u en van mij? -   O, vraag het zijn knecht eens / Die maakt toch dit jaar / Voor al, wie niet stout was / De zakjes weer klaar.

Sint Wodan
De schimmel waarop Sinterklaas over de daken rijdt, maakt in Sint Nicolaas en Zijn Knecht eveneens zijn opwachting. Dit op het eerste gezicht nogal bizarre detail verraadt een andere belangrijke inspiratiebron voor onze moderne Sinterklaas. Diens iconografie lijkt namelijk voor een groot deel gebaseerd op oud-Germaanse sagen over de god Wodan (Odin), door de lucht rijdend op het achtbenige witte paard Sleipnir. Wodans was net als Sinterklaas een oude man met een lange baard. Hij had ook een rode mantel en zijn hoed werd bij de Sint een mijter. Odins speer met slangenkop werd vervangen door een staf. Net als Sinterklaas droeg Wodan droeg ook een indrukwekkende ring, Draupnir genaamd.

Wodan had een tweetal zwarte helpers, de raven Huginn (Gedachte) en Muninn (Geheugen). Op bevel van Wodan daalden zij af naar de huizen van de mensen om te kijken wat er zich binnen afspeelde, een parallel met Zwarte Piet. Volgens sommige auteurs verwijst de prominente veer op de Pietenmuts zelfs naar de raven Huginn en Muninn. Andere bronnen spreken over donkergekleurde helpers Nörwi of Eckhart, als model voor Zwarte Piet.

Het gebruik om letters kado te geven met Sinterklaas zou terug te voeren zijn op de legende dat Wodan de ontdekker was van de magische runen; geheime kennis opgedaan toen hij zichzelf 9 dagen en nachten ophing aan de wereldboom Yggdrasil. Wodans status als patroon van de dichtkunst zou de oorsprong kunnen zijn van de traditie van Sinterklaasrijmpjes en -liedjes.

Zo blijkt Sinterklaas onder dat weeïge multicultisausje uiteindelijk toch nog een rasechte Germaan te zijn. Het zal pepernootnationalisten als Rita vast deugd doen.

De Blinde Horlogemaker

In Eindeloos Typende Apen (de onmisbare inleiding voor dit tweede deel) kon je gister lezen dat religieus geïnspireerde critici van de evolutieleer vaak denken de macht van de gigantische getallen aan hun zijde te hebben. Maar inmiddels weten we dat de metafoor van evolutie als blind toeval, als eindeloos typende apen die Shakespeares Hamlet produceren, van geen kant deugt. Aanhangers van creationisme of Intelligent Design stellen dat het simpelweg onmogelijk is dat het genoom van bijvoorbeeld een amoebe zich ontwikkelt tot iets als een lintworm, dat zich op zijn beurt verder ontwikkelt tot een weer hogere levensvorm.

Iemand die het tot zijn levenswerk heeft gemaakt om tegenwerpingen van creationisten te ontzenuwen, is de Britse evolutiebioloog Richard Dawkins. Volgens hem is het postuleren van een almachtige god die alles heeft geschapen bovendien een filosofisch zwaktebod en slechts het verplaatsen van het probleem: hoe minimaal is immers de kans wel niet dat zo’n almachtige schepper spontaan is ontstaan?

Met name in zijn boek The Blind Watchmaker (1986), een doorwrocht vervolg op The Selfish Gene uit 1976 voert Dawkins tal van argumenten aan voor evolutie die wordt gestuurd door natuurlijke selectie. De titel is een verwijzing naar het werk van de 18e eeuwse filosoof William Paley. Palley betoogde in zijn boek Natural Theology dat de complexiteit van organismen bewijs is voor het bestaan van een goddelijke schepper, net zoals het complexe raderwerk van een horloge bewijs is voor een vernuftige horlogemaker. Volgens Dawkins is er echter helemaal geen horlogemaker, het ordenende principe is uiteindelijk blind. Natuurlijke selectie, primair een hybride van ecologische en seksuele selectie beschouwt Dawkins als de drijvende kracht achter de evolutie. Met toeval heeft het niets van doen:

“Darwinism is widely misunderstood as a theory of pure chance. Mustn’t it have done something to provoke this canard? Well, yes, there is something behind the misunderstood rumour, a feeble basis to the distortion. One stage in the Darwinian process is indeed a chance process – mutation. Mutation is the process by which fresh genetic variation is offered up for selection and it is usually described as random. But Darwinians make the fuss they do about the ‘randomness’ of mutation only in order to contrast it to the non-randomness of selection.”

“It is not necessary that mutation should be random for natural selection to work. Selection can still do its work whether mutation is directed or not. Emphasizing that mutation can be random is our way of calling attention to the crucial fact that, by contrast, selection is sublimely and quintessentially non-random. It is ironic that this emphasis on the contrast between mutation and the non-randomness of selection has led people to think that the whole theory is a theory of chance.”

Dawkins onderbouwt dit idee onder meer ook door middel van een computersimulatie. Het illustreert ook ten enen male aan waarom de analogie met de blind typende apen hier zo misplaatst is. Een organisme bestaat uit tal van autonome subniveau’s als organen en celgroepen die permanent blootgesteld worden aan een regime van natuurlijke selectie. Veranderingen die verbeteringen opleveren worden doorgegeven aan het nageslacht, mislukkingen raken volgens ijzeren wetmatigheid uitgerangeerd. Er hoeft dus niet in een keer een perfecte Hamlet te ontstaan, als de individuele onderdelen maar hun specifiek taak naar behoren uitvoeren en door natuurlijke selectie constant worden aangescherpt. Of zoals Dawkins het probleem elegant afbakent:

“I don’t know who it was first pointed out that, given enough time, a monkey bashing away at random on a typewriter  could produce all the works of Shakespeare. The operative phrase is, of course, given enough time. Let us limit the task facing our monkey somewhat. Suppose that he has to produce, not the complete works of Shakespeare but just the short sentence ‘Methinks it is like a weasel’, and we shall make it relatively easy by giving him a typewriter with a restricted keyboard, one with just the 26 (capital) letters, and a space bar. How long will he take to write this one little sentence?”

Deze zinsnede uit Hamlet “Methinks it is like a weasel” werden in Dawkins’ computersimulatie gecrexc3xaberd vanuit een willekeurige reeks oorspronkelijke tekens. Toevallige mutaties in deze reeks van 28 lettertekens werden door kunstmatige selectie ‘bijgestuurd’ in de richting van de zin uit Hamlet. Het Weasel-computermodel, opgesteld volgens dit algoritme, vergelijkt alle mutaties en selecteert daaruit telkens degene die het meest lijkt op de beoogde zin uit Hamlet. Elke volgende generatie is daardoor enigszins gewijzigd, in de richting van de doelzin. Er is hiermee sprake van cumulatieve selectie.

Zulke succesvolle cumulatieve mutaties op deelniveau leiden tot grotere overlevingskans van het organsime en dus meer en sterker nageslacht. Ze hebben daardoor de neigingen om zichzelf te versterken: het vermaledijde en intrinsiek tautologische surivival of the fittest. Het is een onafgebroken proces dat niet afhangt van een veronderstelde schepper. Je hoeft dus ook niet je toevlucht te nemen tot de volstrekte willekeur van eindeloos typende apen, die nooit van hun levensdagen een perfecte Hamlet zullen produceren, om de blinde horlogemaker overal in het evolutieproces op magistrale wijze aan het werk te zien.

Eindeloos Typende Apen

Wanneer je een oneindig aantal apen eindeloos laat typen, komt er ooit een dag dat ze Shakespeares Hamlet hebben getypt. Foutloos. Zo luidt de prikkelende gedachtengang die vooral bekend werd onder de Engelse naam Infinite Monkey Theorem. De typemachine is uiteraard een 20e eeuwse toevoeging, maar het is een eeuwenoude klassieker. Je vind het idee onder meer terug in het werk van Aristoteles en in Cicero’s De Natura Deorum. Het Theorema van de Eindeloos Typende Apen appelleert aan de intuïtieve overtuiging van velen dat eindeloze reeksen van intrinsiek toevallige handelingen of mutaties onvermijdelijk leiden tot betekenisvolle uitkomsten.

Je eerste gevoel is in dit geval misschien toch tamelijk misleidend: de statistiek is onverbiddelijk. Wanneer je voor het gemak spaties, interpunctie en hoofdletters negeert, blijven er nog altijd 26 letters over. Een aap die op een speciaal geprepareerde typemachine elke keer een willekeurige toets aanslaat, heeft een kans van 1 op 26 om de eerste letter van Hamlet – de tekst begint met Barnardo die zegt “Who’s there?” (Oh no, it’s Typo Monkey!) – te typen. De kans dat onze chimpansee na de eerste letter W een H typt is 1/26 x 1/26 = 1 op 676. De kans om de eerste 20 letters foutloos te typen vrijwel verwaarloosbaar, namelijk 1 op 2620 , wat neer komt op 1 op 19.928.148.895.209.409.152.340.197.376 ofwel bijna 1 op 20 quadriljard.

Uitgaande van een tekst met ruim 130.000 letters die allemaal foutloos achter elkaar moeten worden getypt, kom je uit op een kansberekening die elk voorstellingsvermogen te boven gaat. De waarschijnlijkheid dat een aap de hele Hamlet foutloos achterelkaar intypt, bedraagt namelijk 1 op 3.4 xc3x97 10183.946.  Ook al zet je een miljard apen miljard jaar lang aan het werk, met een maniakale 1000 aanslagen per minuut, dan kom je nog niet verder dan 109 x 109 x 525.960.000 = zo’n 5,26 x 1026.  Zelfs vergeleken met het aantal atomen in het zichtbare universum dat conservatief geschat wordt op 3 x3x971079 is de kans op een perfecte kopie van Shakespeares meesterwerk een getal van een totaal andere orde. Geheel terzijde: het aantal atomen in het universum is op zijn beurt trouwens significant lager dan het aantal unieke bordstellingen dat mogelijk is tijdens een schaakpartij van gemiddeld 80 zetten. De Amerikaanse wiskundige Claude Shannon berekende daarvoor tot wel 10123  variaties.

evolutie = toeval?
Het is niet voor niets dat de Stelling van de Eindeloos Typende Apen vaak in verband wordt gebracht met de evolutietheorie. Hoe groot is de kans dat ‘per toeval’ een organisme ontstaat met de complexiteit van een amoebe, kwal of zo je wil een Oh Oh Cherso-personage? Veel critici van de evolutieleer lijken overigens moedwillig de misvatting te cultiveren dat evolutie louter een kwestie zou zijn van dom toeval, als eindeloos typende apen die uiteindelijk de Hamlet produceren. En we hebben zojuist gezien hoe onwaarschijnlijk klein die kans was. De excentrieke Britse natuurwetenschapper en astronoom Fred Hoyle, stelde in 1981 villein het volgende gedachte-experiment voor: “A junkyard contains all the bits and pieces of a Boeing 747, dismembered and in disarray. A whirlwind happens to blow through the yard. What is the chance that after its passage a fully assembled 747, ready to fly, will be found standing there? So small as to be negligible, even if a tornado were to blow through enough junkyards to fill the whole Universe.”

Dna streng Hoewel dit voorbeeld een karikatuur maakt van het mechanisme van natuurlijke selectie, de echte drijvende kracht achter het evolutieproces, lijkt het zeker voor leken toch een valide punt. Hoe groot is de kans dat iets dat zo ingewikkeld is als het menselijk genoom spontaan ontstaat? Zouden eindeloos typende apen uiteindelijk iets zo complex kunnen produceren als onze DNA-blauwdruk? Op het eerste gezicht lijkt het verder alsof de vergelijking met de Hamlet hout snijdt. DNA-reeksen bestaan uit nucleotiden (‘letters’), de bouwstenen van DNA. Het genoom (‘het boek’) kun je opvatten als samengesteld uit eindeloze sequenties van de vier nucleotidemoleculen, afgekort als C, G, A en T.

Deze letters zijn gebundeld in alinea’s (de genen), die weer onderdeel zijn van hoofdstukken (de chromosomen). Miljoenen nucleotiden rijgen zich zo in twee eindeloze (door baseparen verbonden) strengen aaneen. Het vormt een enorme lap tekst, samengesteld uit telkens de zelfde 4 basisletters. In totaal is het menselijk genoom zo’n 3,16 miljard letters lang, verspreid over zo’n 28.500 genen en 46 chromosomen. Hoe groot is de kans dat je de eindeloos typende apen op basis van 3,16 miljard willekeurige C’s, G’s, A’s en T’s een volledig functionerend mens samenstellen? 1 op de 43.160.000.000 ? Hallo meneer Darwin, bent u daar nog?

Hemelsbreed verschil is natuurlijk dat bij onze typende apen alleen een perfecte kopie van de Hamlet als geldig wordt beschouwd. Een enkele tikfout en je moet weer helemaal overnieuw beginnen. Het menselijk genoom is echter een ratjetoe dat van individu tot individu al behoorlijk wat variatie kent. Er is dus niet een ‘juist exemplaar’, waarmee vergeleken alle andere, niet 100% identieke gevallen ‘fout’ zijn. Belangrijker nog: zo’n 95% van het menselijke genoom worden gerekend tot niet eiwit-coderend repetitief DNA, nogal denigrerend ook wel junk DNA genoemd. Een typfout in dergelijk junk-DNA heeft – zo is de huidige wetenschappelijke consensus – geen gevolg voor het totale genoom. Dit blijkt ook uit het feit dat wij met de typende chimpansee zo’n 96-98% van ons DNA gemeen hebben, en met zijn favoriete voedsel, de banaan, nog altijd 60%.

Ook kleine afwijkingen of beschadigingen in het DNA die continu optreden, leiden lang niet altijd tot zichtbare veranderingen. Beoordelen of er sprake is van een goede of foute kopie is dus een stuk minder eenduidig dan bij Shakespeares Hamlet. Afwijkende varianten doen het namelijk ook prima, zoals 6 miljard verre van genetisch identieke aardbewoners dag in dag uit (in meerdere of mindere mate) bewijzen. Overigens dient opgemerkt te worden dat de reproductie van DNA tijdens celdeling zelf een verre van lukraak proces is. Via DNA-replicatie wordt iedere keer een exacte kopie gemaakt van het oorspronkelijke DNA-materiaal. Dit gaat zelden fout in de vele biljoenen keren dat celdeling plaats vindt, van kleine cellenklompje tot volwassen organisme. Het interessante is overigens dat juist waar het wel eens mis gaat, dergelijke mutaties de motor vormen voor het evolutieproces.

Daarover morgen meer in het vervolg, getiteld De Blinde Horlogemaker.

Burgernomics: De Big Mac index

Turtle-burger Drie weken geleden besteedde ik aandacht aan de Golden Arches Theory Of Conflict Prevention van Thomas Friedman: landen met een McDonald's restaurant voeren zelden oorlog met elkaar. Vandaag staat een een nieuw smakelijk onderwerp op het menu, dat evenmin zou misstaan op het curriculum van de Hamburger University in Oakbrook, Illinois: de Big Mac index.

Maak kennis met burgernomics. Allemaal te danken aan de Big Mac, in 1967 bedacht door restauranthouder Jim Delligatti in Pittsburgh. Dit onverwoestbare icoon van Amerikaans fastfoodimperialisme inspireerde in 1986 The Economist-redactrice Pam Woodall tot een heuse Big Mac-index, bedoeld als speelse manier om het verschil in relatieve koopkracht tussen verschillende landen in kaart te brengen. Mc Donald's staat namelijk niet alleen bekend om de wereldwijde standaardisering van het menu, maar koopt bovendien haar ingredixc3xabnten lokaal in.
 
In de prijs van een Big Mac zitten dus automatisch de kosten van de ingredixc3xabnten, arbeid en energieverbruik inbegrepen. Wat de ingredixc3xabnten van een Big Mac zoal zijn? Amerikanen van boven de de veertig zullen het ongetwijfeld eenvoudig kunnen reproduceren, dankzij een enorm succesvolle reclamecampagne uit de jaren 70: "How fast can you say "twoallbeefpattiesspecialsaucelettucecheesepicklesonionsonasesameseedbun?"

Door het prijsniveau van een Big Mac in de VS te vergelijken met die in andere landen kun je iets zeggen over relatieve koopkracht en dus over de wisselkoersen van verschillende valuta's. De Big Mac index toont aan hoeveel dollar een andere valuta 'eigenlijk' waard is en maakt zo mooi inzichtelijk of de wisselkoers te hoog of te laag is. Laten we de gegevens uit juli 2008 eens bekijken. Een Big Mac in de Verenigde Staten kostte toen $3.57 en in Engeland gemiddeld xc2xa32.29. Dat verondersteld een koopkrachtpariteit van 1,56 ($3.57/xc2xa32.29), terwijl de werkelijke wisselkoers op dat moment $2 op  xc2xa31 was. Omdat de absolute kosten vergelijkbaar zouden moeten zijn, leidt dit tot de conclusie dat de Britse pond destijds overgewaardeerd was ten opzichte van de dollar met 22 %, [(1.56-2.00)/2.00]*100= -22%.

Mcdonald_macattack_adbusters De Big Mac-index wordt door The Economist zo'n twee maal per jaar gepubliceerd en aangeprezen als "a more fun way to understand exchange rates than textbooks." Op 14 oktober jl. verscheen de meest recente bijdrage: "An indigestible problem: Why China needs more expensive burgers", wederom rijkelijk gelardeerd met allerlei naar de fastfoodcultuur verwijzende woordspelingen. De conclusie van The Economist op basis van de Big Mac methodologie is dat de Chinese Yuan zo'n 40% ondergewaardeerd is ten opzichte van de dollar. De daartegenoverstaande overwaardering van de Zwitserse frank (meer dan 80 %), de Braziliaanse real (42%) en de euro (29%) lijken een goede graadmeter van de toenemende spanningen op de internationale valutamarkt en dan met name de door sommigen ontwaarde onstuitbare val van de dollar.

Het voedt geruchten dat het op termijn misschien komt tot een valutaoorlog. The Economist  bericht: "The tensions caused by such misalignments prompted Brazilxe2x80x99s finance minister, Guido Mantega, to complain last month that his country was a potential casualty of a xe2x80x9ccurrency warxe2x80x9d. Perhaps it was something he ate. In Brazil a Big Mac costs the equivalent of $5.26, implying that the real is now overvalued by 42%. The index also suggests that the euro is overvalued by about 29%. And the Swiss, who avoid most wars, are in the thick of this one. Their franc is the most expensive currency on our list. The Japanese are so far the only rich country to intervene directly in the markets to weaken their currency. But according to burgernomics, the yen is only 5% overvalued, not much of a casus belli."

Gelukkig maar dat het dus niet zo'n vaart loopt met oorlogvoeren tussen landen die zich beschermd weten door een waar leger aan Mc Donald's vestigingen.

Extreem Overleven in Chili

   Wrak_vlucht_571 Vanochtend vroeg is men bij de Chileense Copiapxc3xb3-mijn begonnen met de bevrijding van 33 kompels uit hun benarde situatie diep onder de grond. Weliswaar zaten de mijnwerkers zo'n 70 dagen opgesloten in extreem moeilijke omstandigheden, maar ze hadden de afgelopen weken volop contact met de buitenwereld, kregen voedsel en wisten bovendien dat de redding nabij was. Hoe anders was het op de kop af 38 jaar geleden, toen vlucht 571 van Fuerza Axc3xa9rea Uruguaya op 3600 meter hoogte tegen een bergtop vloog, hoog in de onherbergzame Chileens-Argentijnse Andes. In wat later bekend kwam te staan als de Andesvliegramp, vochten de overlevenden 72 dagen voor hun leven. Perspectief leek er nauwelijks: dankzij hun radio wisten de overlevenden dat de zoektocht naar hen al na ruim een week was opgegeven.

De Andesvliegramp is vooral bekend geworden door de extreme kou en fysieke ontberingen waaraan de overlevenden van vlucht 571 werden blootgesteld: ondervoeding, bevriezing van ledematen, hoogteziekte, sneeuwblindheid en scheurbuik. In hun drang om te overleven nam de groep, die voornamelijk bestond uit leden van een Uruguayaanse rugbyclub en hun familie, al vanaf de tweede week zijn toevlucht tot de wanhopige strategie van kannibalisme om in leven te blijven.

Parrado_Canessa_CatalanNa het vervaardigen van een onmisbare gexc3xafmproviseerde slaapzak uit isolatiemateriaal uit de romp van het vliegwrak, kon in de tweede week van december een poging ondernomen worden om uit de sneeuw- en ijswoestenij te ontsnappen. Een heroxc3xafsche en ongewisse 10 daagse trektocht over de hoogste toppen van de Andes bracht uiteindelijk het zeer verzwakte duo Nando Parrado en Roberto Canessa terug in de de bewoonde wereld. Daar wisten ze op 20 december contact te leggen met een drietal Chileense gaucho's te paard, onbereikbaar aan de andere kant van een woest kolkende rivier.

Via een aan een steen gebonden briefje stelden zij de volgende dag teruggekeerde gaucho's op de hoogte van hun lotgevallen. Parrado en Canessa waren gered, maar het duurde dan nog twee dagen voordat een reddingsmissie met helicopters op touw gezet kon worden om de resterende 16 overlevenden uit hun ijzige isolement te bevrijden. Toen op 26 december 1972 via de Chileense krant El Mercurio naar buiten kwam op welke gruwelijke wijze men de vliegramp had overleefd, werd pas echt duidelijk welke trauma's de zestien hadden doorstaan. De Andesvliegramp kreeg daarmee een prominente plek in de moderne folklore. Tal van boeken, documentaires en films zijn aan de vliegramp van 13 oktober 1972 gewijd.
 
1972 en 2010 vergeleken
De parallellen tussen de Copiapxc3xb3 mijnramp en de Andesvliegramp zijn frappant te noemen. Niet alleen de datum van 13 oktober verbindt beide gebeurtenissen, ook het aantal betrokkenen komt overeen. Van de 45 inzittenden van vlucht 571 kwamen namelijk 12 tijdens de crash om het leven. Waren ze direct gevonden door de reddingsteams, dan hadden mogelijkerwijs 33 van hen deze vliegramp overleefd, exact hetzelfde aantal als de mijnwerkers. Een aantal zwaargewonden stief echter al snel daarna en na acht dagen waren er nog 27 in leven. Ondervoeding en uitputting eisten een zware tol: op 23 december waren alleen de sterkste 16 nog overgebleven.

Ook de lokatie en de duur komen goeddeels overeen. De mijnwerkers zaten zo'n 70 dagen op 700 meter diepte gevangen onder een bijna ondoordringbare rotslaag in centraal-Chili, de overlevenden van vlucht 571 brachten een soortgelijke periode van 72 dagen in compleet isolement door, hoog in de Andes. Weliswaar niet in Chili zelf, maar op slechts luttele kilometers van de Chileense grens. Zowel de westwaartse trektocht van Parrado en Canessa als de reddingsoperatie speelden zich in Chili af.

Grote contrasten zijn er natuurlijk ook. Zevenhonderd meter onder de grond  hadden de mijnwerkers, standaard in beeld gebracht met ontblote bovenlijven te maken met de op die diepte fors oplopende temperaturen van meer dan dertig graden. Boven de sneeuwgrens, aan het eind van de Zuid-Amerikaanse winter, hadden de overlevenden van vlucht 571 te lijden onder arctische omstandigheden.

San_Josxc3xa9_de_Copiapxc3xb3_mijn_2010 Het grootste contrast is natuurlijk gelegen in het feit dat de Chileense mijnwerkers in 2010 wisten dat redding aanstaande was en voldoende voedsel en psychische begeleiding kregen. In 1972 was de situatie totaal anders. Bewust van het feit dat in deze sneeuwwoestenij het witte vliegtuigwrak nauwelijks was waar te nemen, en inmiddels zwaar ondervoed, namen de overlevenden de loodzware beslissing om zich te voeden met hun overleden medepassagiers.

Gezien de vele parallellen is het geen wonder dat de de overlevenden van de Andesvliegramp zich sterk betrokken voelden bij de ingesloten kompels. Tekenend voor deze lotsverbondenheid was dat vier van de overlevenden van 1972 op 4 september een bezoek brachten aan de Copiapxc3xb3-mijn om de mijnwerkers een hart onder de riem te steken tijdens deze uiterst moeilijke weken van wachten op redding.

McPeace, Not War

Lexus Olive Tree Een van de meer vermakelijke theoriexc3xabn van afgelopen jaren is de zogenaamde 'Gouden Bogen Theorie van Conflict Preventie' van Thomas Friedman. In The Lexus and The Olive Tree (1999) ontvouwt de gelauwerde voormalige Middenoostencorrespondent en columnist Friedman de volgende theorie: geen twee landen die beiden een McDonald's restaurant binnen de grenzen hebben, hebben een conflict gehad sinds McDonald's zich daar vestigde. De 'Gouden Bogen' (Golden Arches) zijn een speelse verwijzing naar het logo van de fastfoodgigant, die samen een gestileerde M vormen. Burgeroorlogen blijven daarbij overigens buiten beschouwing.

Friedman, die zich in zijn vlot geschreven boeken en columns niet zelden een tamelijk kritiekloos bewonderaar toont van globalisering Amerikaanse stijl, oogste zowel veel bijval als kritiek met zijn Golden Arches-theorie. Dat de stelling elegant is en deels steakhoudend, is een feit. Niettemin zijn de afgelopen decennia ook een aantal flagrante uitzonderingen te vinden. Bovendien zijn er nogal wat alternatieve verklaringen zijn te geven voor het gebrek aan vechtlust onder fervente BigMac-eters. 

McDonaldsOman Om met de uitzonderingen te beginnen: het conflict tussen Israxc3xabl (eerste McDonald's vestiging in 1993) en Libanon (1998), dat begon in 1973 en eindigde in 2000 met de terugtrekking van de Israxc3xablische troepen uit Zuid-Libanon, is duidelijk niet conform Friedmans gulden regel. Maar goed, je zou met enige goede wil nog kunnen stellen dat de komst van de fastfoodketen geleid heeft tot een geleidelijke vorm van verbroedering die uiteindelijk leidde tot vrede: McPacification. Ook voor het Palestijns-Israxc3xablische conflict gloort er dus hoop: dagelijks een Happy Meal voor de veelgeplaagde Palestijnen en de intifada sterft een zachte dood, al was het slechts door obesitas, diabetes en andere welvaartsziektes.

Ook de NAVO-luchtaanvallen begin 1999 op Servixc3xab (Macified since 1988) tijdens het conflict om Kosovo zijn in strijd met Friedmans stelregel. Andere uitzonderingen zijn de Zuid-Ossetische oorlog van 2008 tussen Georgixc3xab (1999) en Rusland (1990). Het ministaatje Zuid-Ossetixc3xab zelf is trouwens nog steeds verstoken van een fatsoenlijke McDonald's, ongetwijfeld dankzij haar rabiaat antiwesterse president, dictator Edoeard Kokojti. Dat McDonald's weinig zou houden van dictators is overigens een hardnekkig misverstand. Tijdens de regeerperiode van de Panamese militaire leider Omar Torrijos (1968-1981) opende de eerste Mc-Donaldsvestiging zijn deuren in Panama-stad, al op 1 september 1971. In 1989, inmiddels enkele dictators later, vond de Amerikaanse invasie van Panama plaats, bedoeld om met buitensporig geweld voormalig CIA-lieveling Manuel Noriega op te pakken. De zoveelste uitzondering op de regel.

Hoewel heel aardig gevonden, is het McDonaldeffect dus feitelijk niet meer dan een ruwe graadmeter voor de mate waarin economiexc3xabn van landen door globalisering zodanig met elkaar verweven zijn geraakt, dat ze te veel te verliezen hebben door oorlog met elkaar te voeren. Gezien het expansieve doch conservatieve businessplan van McDonald's vestigt men zich niet in onstabiele regio's van de wereld, tenzij het sterke Amerikaanse bondgenoten zijn of landen die de facto zijn bezet door de VS.

McDonalds_at_Guantanamo De overweging of een land een een sterk autoritair bewind kent, is daarbij beduidend minder van belang dan 'politieke en economische stabiliteit', zoals het eufemisme luidt. Dit geldt o.a. voor Panama (1971), Brazilixc3xab (1979, onder de generaals tot 1985), de Filipijnen (1981, tijdens de Marcosdictatuur), Indonesixc3xab (1991, tijdens Soeharto), Saudi Arabixc3xab (1993) of Libixc3xab (2010). Soms zijn McDonald's vestigingen in de niet-westerse wereld eerder op te vatten als trots symbool van de Amerikaanse hegemonie in een regio. Dit geldt voor Saudie Arabixc3xab (1993) en Koeweit (1994), maar vooral voor Cuba (Guantanamo Bay,1986) en Irak (Bagdad, 2006). Daar is slechts een McDonald's vestiging, alleen toegankelijk voor militairen.

Een groot deel van de expansie van McDonald's vond na 1990 plaats, waardoor de voorspellende waarde van Friedmans theorie nogal beperkt is. Europa – 41 van de 46 landen hebben een McDonald's – is sinds de Tweede Wereldoorlog conflictvrij, op de Balkanoorlogen na, die goeddeels als burgeroorlog te typeren zijn. Behalve Marokko (1992), Egypte (1994), Zuid-Afrika (1995) Zambia (1999), Algerije (2006) en Libixc3xab (2010) zijn er geen McDonaldvestigingen in Afrika. Met name centraal en sub-sahara Afrika, brandhaard tijdens tal van conflicten in de laatste twee decennia, zijn niet geMcDonaldificeert.

Lang niet alle Afrikaanse landen zijn echter instabiel of ontberen een opkomende middenklasse.Is de afwezigheid van het fastfoodconcern op de enorme Afrikaanse markt alleen te wijten aan economische behoedzaamheid van het moederbedrijf, gebrek aan economische kansen of een mindere bekendheid van The All-American Life Style, en dus van de junkfoodcultuur; excusez le mot? Ik denk het niet. Er lijken ook andere oorzaken een rol te spelen die bepalen of een land als McDonaldfriendly kan worden gezien. In ieder geval lijkt ook de Amerikaanse geostrategische invloed in grote delen van Afrika beduidend kleiner dan in sommige andere regio's.

Als je het dus cynisch wilt duiden, kun je zeggen dat de vestiging van McDonald's evenzeer een goede indicator is in hoeverre een land langdurig is ingekapseld in de Amerikaanse invloedssfeer. Dat zulke landen onderling geen oorlog voeren, is behalve misschien ook te verklaren uit globalisering en toenemende welvaart van de lokale middenklasse, uit geopolitieke beslissingen die worden genomen in het Witte Huis.

Smells Like Teen Spirit: Spencer Elden

Nirvana-Nevermind Op 24 september 1991 bracht Nirvana grungeklassieker Nevermind uit. In een klap werd Nirvana van een obscuur dertien in een dozijn bandje uit het afgelegen Seattle tot een wereldact. Het fenomenale succes was vrijwel geheel op het conto te schrijven van de eerste verpletterende single Smells Like Teen Spirit, dat uitgroeide tot het lijflied van de grunge-generatie. Niet alleen betekende Nevermind voor Kurt Cobain, Krist Novoselic en Dave Grohl de doorbraak naar een miljoenenpubliek. Ook voor ander bands uit de underground scene van Seattle zoals Pearl Jam, Alice In Chains en Soundgarden effende het  doorslaande succes van Nevermind de weg naar een internationale heldenstatus.

Cobain gaf later eerlijk toe dat Smells Like Teen Spirit zwaar gexc3xafnspireerd was door een van de meest invloedrijke bands van de late jaren 80, de Bostonse Pixies, met Black Francis als drijvende kracht: "I was trying to write the ultimate pop song. I was basically trying to rip off the Pixies. I have to admit it. When I heard the Pixies for the first time, I connected with that band so heavily that I should have been in that bandxe2x80x94 or at least a Pixies cover band. We used their sense of dynamics, being soft and quiet and then loud and hard."

De albumhoes van Nevermind, met een zwemmende baby die naar een dollarbiljet grijpt, heeft  sinds 1991 ook een vrijwel iconische status verworven. De baby in kwestie is de dan 2 maand oude Spencer Elden, het zoontje van een stel waarmee fotograaf Kirk Weddle bevriend was. Omdat stockmateriaal te duur was – Weddle betaalde uiteindelijk $200 aan de ouders – ensceneerde hij de foto met een zwemmende Spencer. Het 1-dollarbiljet en de vislijn werden er later digitaal in gemonteerd.

Weird_Al_Yankovic_Off_The_Deep_EndCobain en Courtney Love waren naar verluid zo gecharmeerd van de foto, dat ze voorstelden als Spencer ouder was hem mee te nemen uit eten. Apocrief of niet, de zelfmoord – of was het toch moord? – van de getroebleerde Nirvana-voorman op 8 april 1994 zorgde er hoe dan ook voor dat deze afspraak nooit werd ingelost.

De beroemde foto is begrijpelijkerwijs ook talloze malen geparodieerd, bijvoorbeeld met Bart Simpson als baby Spencer en uiteraard ook door gekwalificeerde muziekmalloot Weird Al Yankovic op zijn album Off The Deep End uit 1992. Spencer Elden ging overigens in 2001 en 2008 opnieuw (deels) uit de kleren voor muziekblad Rolling Stone voor remakes van de beroemde foto.

Elden, inmiddels zelf een tiener, kijkt met gemengde gevoelens terug op zijn debuut als rock'n rollbaby, niet in de laatst plaats vanwege het parmantig uitstekende piemeltje: "It's kind of creepy that that many people have seen me naked. I feel like I'm the world's biggest porn star."

Geslaagde Coup van Rechts?

Ruim 3 maand na de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni – we schrijven 11 september – hangt het eerste kabinet Rutte van VVD en CDA met gedoogsteun van Wilders' PVV nog steeds boven de markt. Of dit kabinet er werkelijk komt, en of het in dat geval lang stand zal houden daargelaten: de intenties van Rutte, Verhagen en Wilders zijn duidelijk. Zij zetten alles op alles om het meest rechtse kabinet ooit te verwezenlijken. Zelfs als dat betekent dat men gedoogsteun van de reactionaire christenbroeders van het SGP moet accepteren.

Vlak na het kortstondige stranden van de onderhandelingen op 3 september, waarbij de PVV van Wilders het vertrouwen in het CDA opzegde, liet Rutte zich ontglippen dat VVD, CDA en PVV op een onderhandelingsresultaat afstevenden waarbij "rechts Nederland de vingers zou aflikken". Dat zette de toon: in deze PVC-combinatie is Rutte naar eigen inschatting in staat een zeer groot deel van het VVD-verkiezingsprogramma te realiseren. Geen wonder dat Paars Plus, ondanks de goede persoonlijke verhoudingen, flagrant mislukte. Het CDA was al lang gepolst over een kabinet over rechts en verloren zoon Geert Wilders, die binnen zijn PVV geen enkel tegengeluid hoeft te duchten, was beschikbaar en werd in de armen gesloten.

links nagelbijten
Drie bijeen (c) De Pers Na de mislukking van Paars Plus, tot chagrijn van links maar tot grote opluchting van de VVD-achterban, wisten Rutte, Verhagen ("Ons past bescheidenheid") en Wilders elkaar verrassend snel te vinden. Informateur Lubbers werd door het trio vrijwel meteen op een zijspoor gemanoeuvreerd. Een rompkabinet VVD-CDA, met gedoogsteun van de PVV werd de inzet. Aansturen op zo'n  gedoogvariant was essentieel voor het CDA, dat de stap naar een normale coalitie met de PVV niet aandurfde, maar ook voor Wilders, die niet de mensen beschikbaar had voor ministerposten. Daarnaast hield Wilders zo de handen vrij om een eigen kritisch geluid te blijven verkondigen wanneer het kabinetsbeleid hem niet zou bevallen. Dat het CDA met deze vrijblijvende rol van Wilders kon leven is al zeer bevreemdend. Ronduit onbegrijpelijk lijkt het dat Rutte het risico wil lopen dat het eerste kabinet onder zijn leiding gegijzeld wordt door de notoir grillige PVV-voorman, zelfs voortijdig ten val komt.

Toen de gedoogvariant eenmaal was verkozen, restten nog twee onzekere factoren, die beide vooralsnog beheersbaar leken. Enerzijds bestond twijfel of Wilders voldoende kon worden ingekapseld zodat hij de – vooral voor zijn achterban van honderdduizenden Henken en Ingrids – pijnlijke bezuinigingen van 18 miljard euro zou willen steunen. Wilders bleek nog steeds een neoliberaal in hart en nieren, ondanks het opportunistische leentje-buur spelen in SP-programma tijdens de verkiezingscampagne. Deze horde lijkt met relatief gemak te zijn genomen.

Verder was het ongewis of grote verliezer CDA, nog natollend van een enorme electorale dreun, wel klaar was voor regeringsdeelname. Machtspoliticus pur sang Maxime Verhagen, die behoort tot de conservatieve rechtervleugel van zijn partij, maakte de inschatting dat hij de kamerleden en de achterban geleidelijk wel zou kunnen bewegen tot zo'n gedoogcoalitie. Aanvankelijk leek dit inderdaad goed te gaan. Maar in de tweede helft van augustus, toen de CDA-politici geleidelijk terugkeerden van vakantie, ontstond steeds meer verzet tegen een kabinet met de PVV.

CDA-zwaargewichten en oudgedienden als Bert de Vries, Willem Aantjes, Dries van Agt, Doekle Terpstra en Cees Veerman roerden zich met verve. Na 4 weken onderhandelen kwam ex-informateur Lubbers zelfs met een volstrekt ongebruikelijke verklaring. Hij was van mening veranderd en vond nu dat een minderheidskabinet eigenlijk toch niet de bedoeling was. Als klap op de vuurpijl kwam CDA-onderhandelaar en partij-ideoloog Ab Klink eind augustus met een brief waarin hij uitlegde hoe hij tot de conclusie was gekomen dat dit een kabinet was dat het CDA niet zou moeten willen.

kristallen bol

Nu Ab Klink deze week als onderhandelaar en CDA-kamerlid het veld heeft geruimd, proberen Rutte, Verhagen en Wilders de stekker die op 3 september door de PVV-voorman uit de formatiebesprekingen werd getrokken er in allerijl weer in te stoppen. Dat de onderhandelingen zullen worden hervat, na tussenkomst van informateur Tjeenk Willink, lijkt dus inmiddels vrijwel onontkoombaar.

Luchtfoto_G_Semendinger_NYCPAU Bij gebrek aan een glazen bol kan ik uiteraard niet voorspellen wat er de komende weken exact gaat gebeuren. Toch kan ik wel een poging wagen. Wanneer de volgende horde, de gehypete toespraak van Geert Wilders op Ground Zero op 11 september niet leidt tot hernieuwd tumult in CDA-gelederen, lijkt Verhagen in zijn snode plannen te kunnen slagen. Dan is het aan het CDA-congres, inclusief de overgebleven CDA-dissidenten Kathleen Ferrier en Ad Koppejan om wel of niet in te stemmen met het bereikte akkoord. Gezien de immense druk die het kamp Verhagen reeds heeft uitgeoefend op de critici en gemoedsbezwaarden binnen de partij, zal het neerkomen op een alles-of-niets offensief. Wordt het formatieakkoord weggestemd, dan is het meteen einde oefening voor Verhagen.

Rutte lijkt voorlopig in een zetel te zitten, aangezien het falen van deze coalitie automatisch op het conto van zwakkere broeders CDA of PVV zal worden geschreven. Ook voor elke andere coalitie (behalve de Roemer-variant) lijken de rechtsliberalen onmisbaar. Voor het CDA is het overduidelijk buigen of barsten. Maar ook Wilders heeft laten zien door zijn voorbarige opblazen van de coalitieonderhandelingen op 3 september dat hij geen stalen zenuwen heeft. Hij laadt door zijn actie bovendien nog steeds de verdenking op zich liever in de oppositie te blijven dan zich te verbinden aan een kabinet dat veel impopulaire maatregelen zal nemen. Wanneer de zwarte piet voor het mislukken bij het CDA kan worden neergelegd, zal Wilders vanuit de oppositie proberen zijn rechtse concurrenten verder leeg te eten. Rutte blijft dan goeddeels buiten schot.

Frustrerend voor links en progressief Nederland is dat het initiatief nog steeds bij rechts ligt. Deze partijen zitten veel meer op een lijn dan hun opponenten ter linkerzijde. Links is sinds 9 juni ver in het defensief gedrongen en hopeloos verdeeld. Alleen een principieel en standvastig CDA-congres (het lijkt een contradictio in termines) kan Paars Plus of een middenkabinet weer in beeld brengen. Een weinig florissante constatering, die de linkse oppositiepartijen dwingt tot een fundamentele herbezinning.

xc2xa9 11-9-10 Geschreven voor het ledenblad van GroenLinks Groningen Stad, de Groene Klinker.

Proeve van Bekwaamheid?

EenVandaag berichtte afgelopen zaterdag dat de kiezer vindt dat na het mislukken van de onderhandelingen van de PVC-coalitie – inderdaad: erg slecht voor het milieu – Paars Plus weer de meest logische optie is. Mark Rutte gaat echter doodgemoedereerd verder op de ingeslagen koers: geen millimeter afwijken van het VVD-verkiezingsprogramma en de relatieve zwakte van andere partijen uitbuiten om er zoveel mogelijk van te verwezenlijken. Ogenschijnlijk nauwelijks beschadigd door twee mislukte formatierondes, ligt het initiatief 3 maand na de verkiezingen nog steeds bij de voorman van de rechtsliberalen. Maandagavond kwam de volgende logische stap, middels een brief aan de koningin, waarin Rutte onomwonden stelt dat hij het best gekwalificeerd is om een 'proeve van een regeerakkoord' te schrijven.

US_Soldiers_removing_landmines_wikicommons De strategie van Rutte blijkt vooralsnog uiterst effectief. De potentixc3xable landmijn Paars-Plus werd simpelweg gedemonteerd door geen enkele concessie te doen inzake de hypotheekrenteaftrek, rekeningrijden en de geplande 'bezuinigingen zonder lastenverzwaring'. De piketpaaltjes werden door Rutte zo dicht bij het VVD-program in de grond gejensd, dat een compromis vrijwel onmogelijk was. Doordat voor Cohen's PvdA hiermee niet in kon stemmen, was meteen de optie van een middenkabinet VVD-PvdA-CDA van de baan. Exit Cohen.

In de tweede ronde, met CDA en PVV kreeg de bijkans door de VVD doodgeknuffelde verloren zoon Wilders van Mark Rutte alle ruimte om zich te blijven profileren op zijn stokpaardjes, zo lang hij maar zou instemmen met 18 miljard megabezuinigingen en de verregaande ontmanteling van de verzorgingsstaat. Bezuinigingen waarvan met name alle anonieme Henken & Ingrids de wrange vruchten zullen plukken. Ruttes grootste misrekening tot nu toe lijkt te zijn dat hij de onderschatte in hoeverre een niet netjes ingekapselde Wilders vooral aan de (protestantse) linkerflank van het CDA tot grote gewetensnood zou leiden.

Pluchehonger

Het CDA, vervaarlijk zwalkend tussen de onverzadigbare pluchehonger van machtspoliticus Maxime Verhagen en het toenemend ongenoegen over het pact met de ontembare Wilders, bleek uiteindelijk toch niet over genoeg kadaverdiscipline te beschikken om de wekenlange formatieproces uit te zitten. Nadat alle coryfeexc3xabn, mastodonten en oudgedienden van het CDA zich vergeefs ertegenaan hadden bemoeid, was het uiteindelijk de noodkreet van onderhandelaar Klink die de deur voorlopig in het slot knalde; tot immens chagrijn van Verhagen. Het vertrek uit de fractie van Klink, een zwaargewicht binnen het CDA, zal de partij ongetwijfeld in een nog diepere identiteitscrisis achterlaten. Maar Verhagen lijkt niet van opgeven te willen weten.

Rutte hield zich wijselijk op de vlakte inzake de interne strubbelingen binnen het CDA. Hij vertrouwde op de bezwerende woorden van 'goede herder' Verhagen, die beloofde de CDA-kudde naar het gewenste akkoord te leiden. Nu de zwarte schapen Klink, Ferrier, Koppejan gebrandmerkt zijn en deels zijn verbannen uit de kudde, vertrouwt Rutte erop dat Verhagen toch de gewenste fractiediscipline kan garanderen. Gunstig voor Rutte was verder dat Wilders eind vorige week gefrustreerd raakte en uitsprak geen vertrouwen meer te hebben in het CDA. Toen vrijdagavond de formatiebesprekingen werden afgebroken, was het Wilders die opzichtig met een grote stekker in handen stond.

Rutte verlaat Noordeinde (c) NRC Roel Rozenburg2 Wederom bleef Rutte gemakkelijk buiten schot.Nadat hij maandagavond een uur lang bij koningin Beatrix op paleis Noordeinde was geweest, stelde Rutte nogmaals dat hij vindt dat Wilders de sleutel in handen heeft van een rechtse samenwerking. Daarmee zet hij Wilders zwaar voor het blok. Rutte gaf verder aan dat de formatie voor een rechtse politieke samenwerking wat hem betreft gewoon verder gaat waar die vrijdag gestopt is. Nogmaals sprak Rutte het geloof uit dat Verhagen uiteindelijk alle 21 fractieleden achter zich zou hebben gekregen om in te stemmen met een kabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV. "Ik vertrouw Verhagen.", zo liet Rutte noteren.

Rutte speelt het spel erg slim. Gebruik makend van de zwakte van zijn beoogde coalitiepartners, wordt de positie van de VVD alleen maar sterker. Als formatiebreker, heeft Wilders zijn belangrijkste troefkaart voortijdig gespeeld. Het is nu de PVV die voortaan gedoogd wordt in een op handen zijnd rompkabinet VVD-CDA. Voor het CDA geldt dat, tenzij Verhagen ook voortijdig wordt afgeserveerd, de vlucht naar voren de enige overgebleven mogelijkheid is. Op straffe van langdurige politieke irrelevantie.

Voor de oppositie wordt het erop of eronder. Tenzij links Nederland snel met een meesterzet komt, is de presentatie van het eerste kabinet Rutte op het bordes van paleis Huis Ten Bosch anders binnen enkele weken een feit.

Stekkerdans

Stekker eruit trekken De deur gaat open, het licht weer aan. Als drie bedremmelde schooljongens staan de onderhandelingsleiders van VVD, CDA en PVV knipperend in het schelle licht van de schijnwerpers van het verzamelde journaille.

Haastig probeert Maxime, die enigszins een verfomfaaide indruk maakt, een grote rode stekker met slordig afgeknipte kabel op opzichtige wijze in de handen van Geert te frommelen. De PVV-leider is niet onder de indruk, plaatst een knietje in de schaamstreek van Maxime en tovert fluks uit zijn mouw twee complete stekkerdozen, die hij met achteloos gemak in de colbertjes van Mark en een nog zachtjes nakreunende Maxime laat verdwijnen. De uiteinden bungelen voor iedereen zichtbaar rond de liesstreek van de voormannen van de liberalen en christendemocraten, die schaapachtig grijnzen.

Geert debiteert pontificaal dat een partij geen raad weet met zijn dissidente kamerleden, natuurlijk niks te zoeken heeft in een regeringscoalitie. Tijdens deze woorden werpt Maxime een smalend blik richting zijn liberale evenknie: "Kun je in je zak steken, Mark", bijt hij hem toe.

Verhagen_neus Een driftig fronsende Mark bestudeert ondertussen ingespannen zijn manchetknopen. Het vestigt eens te meer de aandacht op de knokkels van diens rechterhand, waarop duidelijke schaafplekken zichtbaar zijn. Is het slechts inbeelding, of staat de geprononceerde haviksneus van Maxime nog iets verder naar rechts dan voorheen?

Ook de kin van Geert lijkt niet geheel ongehavend. Wanneer de camera inzoomt, valt in minuscule lettertjes het motto van Mark's zegelring te lezen op de krachtige kinnebak van de PVV-leider: Exitus acta probat.

Hier Spreekt Radio Gleiwitz

Schlesien_and_Schleswig-Holstein De feiten lijken voor zich te spreken. Op 1 september 1939 begon met de Slag om Westerplatte, nabij de Vrije Stad Danzig, de Duitse aanval op Polen en daarmee de Tweede Wereldoorlog. Precies 6 jaar en een dag later, op 2 september 1945 kwam met de officixc3xable capitulatie van de Japanse strijdkrachten een einde aan het bloedigste conflict aller tijden. 2192 dagen na de invasie van Polen, stond de teller op tussen de 62 miljoen en volgens de zwartste schattingen zelfs 78 miljoen doden.

Vaak wordt de Poolse soldaat en stationschef van het Westerplatte-Gdxc3xa1nsk station Wojciech Najsarek genoemd als eerste oorlogsslachtoffer. Enkele minuten na de eerste salvo's vanaf het Duitse slagschip SMS Schleswig-Holstein en de landing van de eerste Duitse Stoxc3x9ftruppen werd de onfortuinlijke Najsarek, die ongetwijfeld Poolshoogte kwam nemen, getroffen door Duits mitrailleurvuur. Het was 4:50 in de vroege ochtend van 1 september 1939.Toch viel het eerste slachtoffer van WO 2 eigenlijk al een dag eerder, in wat bekend staat als het Gleiwitz-incident. Na de ondertekening van het geheime Molotov-Ribbentrop pact op 24 augustus, waarmee Stalin en Hitler een niet-aanvalsverdrag hadden gesloten, had Hitler zijn handen vrij voor de door hem zo vurige gewenste Poolse campagne. De aanval op Polen, ook bekend als Fall Weixc3x9f, werd amper een week later ingeleid door een in scene gezet grensincident. Het was Hitler's bedoeling om de Duitse invasie van Polen te doen voorkomen als gerechtvaardigde reactie op Poolse agressie in de grensstreek.

FranzHoniok Onder commando van Sturmbannfxc3xbchrer Alfred Naujocks overvielen als Poolse soldaten verklede SS-troepen in de avond van 31 augustus het radiostationnetje te Gleiwitz (Gliwice), gelegen vlak bij de Pools-Duitse grens. Pikant detail is daarbij dat de gebruikte uniformen hoogstwaarschijnlijk werden vervaardigd in het atelier van Oskar Schindler. De bedoeling was om via een in het Pools opgestelde nationalistische radioboodschap de Duitse publieke verontwaardiging aan te wakkeren. Franz Honiok, een onfortuinlijke Duitse boer en handelaar in landbouwmaterieel, werd daarbij ingezet als zondebok. Honiok, een man met sterke pro-Poolse sympathiexc3xabn werd op 30 augustus opgepakt door de Gestapo, juist voor dit doel. Hij moest doorgaan voor een Poolse rebel.

Wat er daarna gebeurt heeft alles weg van een klucht. Rond 8 uur 's avonds overvallen de 'Poolse rebellen' het radiostationnetje, waarbij het 3-koppige Duitse personeel wordt gekneveld. Er is echter geen microfoon voorhanden. Tamelijk logisch zo blijkt al snel: Gleiwitz is slechts een relaisstation voor Radio Breslau, tientallen kilometers verderop. Lichtelijk wanhopig, vindt men uiteindelijk een noodkanaal, normaal alleen in gebruik voor calamiteiten als noodweer en overstromingen. Daarop worden door Karl Hornack, een soldaat die enig Pools spreekt, de historische woorden gesproken: "Attentie! Dit is Gliwice. Het radiostation is in Poolse handen." Van de vele tienduizenden Duitsers die op dat moment via radio Breslau naar lichte muziek luisterden, heeft waarschijnlijk vrijwel niemand iets meegekregen van deze radioboodschap van de 'Poolse opstandelingen'.

Het gaat daarna van kwaad tot erger. Franz Honiok, inmiddels weer enigszins bij kennis, werd bij de ingang van het radiostation in zijn achterhoofd geschoten. De kort daarop gealarmeerde lokale politie nam foto's van Honiok's lichaam. Deze foto's werden direct door de Gestapo geconfisqueerd. Berlijn bleek echter niet tevreden met de foto's en de Gestapo keerde later die avond terug voor een nieuwe fotosessie. Het lichaam van Honiok werd anders neergelegd en een tweede lijk werd toegevoegd, maar ook deze mis-en-scxc3xa8ne bleek uiteindelijk weinig bruikbaar voor het beoogde propagandadoel. De twee lijken verdwenen daarna spoorloos.

Gleiwitz-(c) ww2 in color.comHoewel Gleiwitz vanuit propagandaoogpunt een totale mislukking werd, werd de Duitse oorlogsmachinerie toch in werking gesteld. Op de avond van 1 september sprak Adolf Hilter, in de herkansing, alsnog in de Reichstag de doorzichtige leugen uit dat de Polen de daadwerkelijke agressors waren: "Polen hat nun heute nacht zum erstenmal auf unserem eigenen Territorium auch mit bereits regulxc3xa4ren Soldaten geschossen. Seit 5 Uhr 45 wird jetzt zurxc3xbcckgeschossen! Und von jetzt ab wird Bombe mit Bombe vergolten!"

Op 3 september 1939 verklaarden Engeland en Frankrijk Nazi-Duitsland de oorlog, iets wat Hitler had hopen te vermijden. Op 7 september capituleerden ook de tientallen Poolse verdedigers bij Westerplatte. Zij hadden ruim een week op heroxc3xafsche wijze weerstand geboden tegen een Duitse overmacht die daarbij enorme verliezen moest incasseren. Na de snelle verdeling van Polen in een Duitse en Sovjet-invloedssfeer, raakte de oorlog vanaf het voorjaar van 1940 in een stroomversnelling. Tot september 1945 zou het bloedvergieten niet meer te stoppen blijken, met als apotheose de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki.

De vermoedelijk laatste dode van WO 2 viel echter heel wat later dan 1945. In 2007 berichtte de Daily Mail over Leslie Croft, Brits veteraan van de Italiaanse campagne. Op 86-jarige leeftijd overleed Croft volgens een lijkschouwer in het ziekenhuis van Rotherham zonder twijfel als gevolg van een granaatscherf die al sinds 1943 in zijn dunne darm zat.

Komkommer- en Kweltijd

(c) Nao Cha, Flickr 2004 komkommer De derde week van augustus. Hoewel de zomer ook qua weer op zijn laatste benen loopt, is de uitgesproken landerigheid van deze reces- en vakantiemaand verre van uitgewerkt. Niet alleen uit de Haagse kaasstolp komt nauwelijks nieuws, ook op televisie zie je vooral herhalingen. Kortom het is nog steeds komkommertijd. In de krant en in de actualiteitenrubrieken worden, bij gebrek aan hard nieuws, de markantste komkommers dus nog maar eens glimmend gepoetst en op hun allervoordeeligst uitgestald. Maar hoezo komkommers? Historisch gezien lag de rest van de maatschappij in de zomer weliswaar amechtig op zijn gat, maar voor de komkommerkwekers was dit van oudsher de drukste tijd. In de periode vxc3xb3xc3xb3r de glastuinbouw wel te verstaan. Bij gebrek aan echte berichten was de kolossale komkommer van teler Bertus Bolderbast natuurlijk een niet te versmaden nieuwtje.

Of deze verklaring nu een voorbeeld is van creatieve volksetymologie of niet: in het Nederlands wordt de term komkommertijd al gebezigd sinds de 19e eeuw, onder meer door Multatuli. De oorsprong is evenwel onduidelijk. Cucumber time (ook wel taylor's holiday), afkomstig uit Britse kleermakerskringen, zou aan de basis hebben gelegen van deze benaming: Taylers Holiday, when they have leave to Play, and Cucumbers are in Season

Ook kleermakers hadden in de zomer minder werk wanneer de Engelse adel en masse vertrok naar hun buitenhuizen. Problematisch aan deze verklaring is dat cucumber time in het Engels nooit wortel heeft geschoten en vandaag de dag niemand deze term nog gebruikt. In de meeste Germaanse talen echter komen we wel allerlei varanten van de de komkommer tegen. Zo spreken Duitsers over de Sauregurkenzeit (zurebommentijd), de Denen over agurketid en de Noren over agurknytt (komkommernieuws).

Pickled Frog De augurk is inderdaad verwant aan de komkommer, maar wel een ander ras. In menige taal wordt een woord dat lijkt op augurk juist gebruikt voor onze hollandsche komkommer. De Duitse Gurke, Zweedse gurka en de Deense en Noorse agurk zijn namelijk komkommers. In het Duits noemt men een augurk een Gewxc3xbcrzgurken. De Engelse naam is gherkin, waarschijnlijk een leenwoord uit het Nederlands. Maar dit is natuurliijk allemaal oud nieuws, terug naar het komkommernieuws.

In het Engels gebruikt men voor de schaarste aan echt nieuws ook wel de benaming Silly Season. Fransen, Duitsers en Zweden benadrukken ook het gebrek aan nieuws wanneer ze respectievelijk spreken over la morte-saison, Sommerloch of nyhetstorka ('nieuwsdroogte'). De Spanjaarden hebben dan weer een hele andere associatie, en spreken van serpiente de verano, ofwel de zomerslang. Nieuws dus in de vorm van een ontsnapte slang. Of toch een verwijzing naar de elke zomer opnieuw opduikende Schotse zeeslang Nessie? Dat fenomeen kennen wij trouwens ook in Nederland: in de zomer van 2005 was er een enorme hype rond de zogenaamde Veluwepoema.

In Canada en de Verenigde Staten zijn het geen augurken, zure bommen of komkommers die aankondigen dat de jaarlijkse zomergezapigheid zijn hoogtepunt nadert. Daar spreekt men van big gooseberry season, ofwel de kruisbessentijd. Laat die waterachtige komkommers voor wat ze zijn en trek eropuit met je mandje! Lekker kruisbessen plukken, bijvoorbeeld op Big Gooseberry Island, voor de kust van Nova Scotia.

Heb je zelf nog een leuke nominatie voor de komkommer van de zomer van 2010, drop dan even een reactie!

Whatever Happened To All The Heroes?

Trotsky_mexico Eenieder die bekend is met het aanstekelijke nummer No More Heroes (1977) van The Stranglers weet natuurlijk het antwoord op deze vraag:

"He got an icepick, that made his ears burn." [hele tekst]

Vandaag is het precies 70 jaar geleden dat Leon Trotsky werd neergestoken. Lang voordat ik ooit van Trotsky had gehoord of in Coyoacxc3xa1n, Mexico Stad een bezoek had gebracht aan het huis waar hij werd vermoord, was ik dankzij The Stranglers al op de hoogte van het belangrijkste detail van de moord: namelijk het wapen waarmee Lenin's ooit gedoodverfde opvolger werd omgebracht.

Ik denk dat er in de wereldgeschiedenis weinig moorden zijn gepleegd waarbij het gebruikte moordwapen een stuk steviger in het collectieve geheugen staat gegrift dan de exacte omstandigheden van de moord. Wie was Leon Trotsky eigenlijk precies? Wat deed hij in Mexico? Waarom werd hij vermoord en door wie? Menig persoon zal op al deze vragen het antwoord schuldig moeten blijven. Voor velen is het enige brokje informatie dat in een onwillekeurige Cluedoreflex is blijven hangen het illustere moordwapen. Maar zelfs dat blijft tot op de dag van vandaag omgeven door raadselen.

Lees meer

Brighter Than A Thousand Suns: Hiroshima

Vandaag is het precies 65 jaar geleden dat de Amerikaanse atoombom Little Boy boven Hiroshima werd afgeworpen. Een tweede bom, genaamd Fat Man, vaagde amper drie dagen later de havenstad Nagasaki vrijwel weg van de aardbodem. Rond 15 minuten over 8 op de ochtend van 6 augustus 1945 explodeerde Little Boy op enkele honderden meters boven het centrum van Hiroshima. De explosie genereerde temperaturen tot 3900 graden en drukgolven met snelheden boven de 1000 km per uur. Naar schatting 70.000 inwoners van de stad werden direct gedood: velen van hen verbrand, verkoold en vervolgens verdampt, alles in een fractie van een seconde.

Nagasakibomb In totaal vonden bij de twee atoomexplosies in Hiroshima en Nagasaki zo'n 340.000 mensen de dood, ook nog jaren later als gevolg van de dodelijke radioactieve straling. Volgens de officixc3xable verklaring waren de nucleaire verwoesting van Hiroshima en Nagasaki noodzakelijk voor een snelle bexc3xabindiging van de oorlog in de Stille Oceaan. De inzet van de atoombom zou in deze lezing juist een zegen zijn geweest, want ze voorkwam een langdurige voortslepende invasie die nog honderdduizenden slachtoffers zou hebben gekost. Dit is ook de strekking van de propagandafilm A Tale of Two Cities, waarvan je hier een fragment vindt. Deze voorstelling van zaken lijkt echter hogelijk onrealistisch, zoals natuurkundige en activist Arjun Makhijani in deze video betoogt.

Noodzakelijk kwaad?
In werkelijkheid probeerden de Japanse autoriteiten al sinds mei 1945 – vergeefs – achter de schermen een einde aan de oorlog te maken en hadden de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki nauwelijks invloed op het uiteindelijk verloop van de strijd. Onder meer de United States Strategic Bombing Survey concludeerde dit reeds in juli 1946:"The Hiroshima and Nagasaki atomic bombs did not defeat Japan, nor by the testimony of the enemy leaders who ended the war did they persuade Japan to accept unconditional surrender. The Emperor, the lord privy seal, the prime minister, the foreign minister and the navy minister had decided as early as May of 1945 that the war should be ended even it meant acceptance of defeat on allied terms." [1, p.46]

"On 10 July [1945] the Emperor again urged haste in the moves to mediate through Russia, but Potsdam intervened. While the government still awaited a Russian answer, the Hiroshima bomb was dropped on 6 August." [2, p.48]

In de chaotische nadagen van WO 2 leek het inzetten van de atoombom voor de Amerikanen een doel op zich geworden. Het was zeker ook een prestigeproject. Vanuit militair-strategisch oogpunt was het afgooien van atoombommen op Japan slechts met grote moeite verdedigbaar: "Based on a detailed investigation of all the facts and supported by the testimony of the surviving Japanese leaders involved, it is the Survey's opinion that certainly prior to 31 December 1945, and in all probability prior to 1 November 1945, Japan would have surrendered even if the atomic bombs had not been dropped, even if Russia had not entered the war, and even if no invasion had been planned or contemplated." [3, p 26]

Continue reading

Commentaar Overbodig

Geen Commentaar Sinds deze week ben ik toegetreden tot de illustere redactie van politiek weblog Geen Commentaar, eclectisch genootschap van vooral links georixc3xabnteerde bloggers. Het biedt een interessant nieuw podium om mijn schrijfsels ook onder de aandacht te brengen van een wat groter publiek. Mijn bedoeling is om vooral te publiceren over Haagse besognes, buitenlandse politiek, geschiedenis, milieu & wetenschap.

Tot nu zijn er op GC vijf artikelen van mijn hand geplaatst. Binnenkort ongetwijfeld meer.

Voor al mijn andere hobby's als natuurfotografie, muziek, humor en etymologie kun je natuurlijk gewoon terecht op mijn prettig gestoorde weblog!

Nederland Gedoogland?

Nu VVD, CDA en PVV komende week serieuze coalitie-onderhandelingen gaan voeren, lijkt het eerste minderheidskabinet uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis aanstaande. Wat bezielt Rutte, Verhagen en Wilders om uitgerekend met deze ongebruikelijke variant te komen? En hoe groot is de kans dat dit een stabiele coalitie oplevert die 4 jaar uitzit?

150509-Geert Wilders c. ANP De drie partijen hadden uiteraard ook kunnen kiezen voor een 'normale' coalitie van gelijkwaardige partners, ieder met ministerixc3xable verantwoordelijkheid. Met een nipte meerderheid van 76 zetels, eventueel opgetuigd met de SGP (de 'Staphorster variant'), was dit wel degelijk een optie. Sterker nog, een op een ruime Kamermeerderheid leunend kabinet van VVD, CDA en PVV was – althans op papier – voor zowel VVD als PVV altijd de gedroomde variant. Voor de partij van Wilders omdat het simpelweg de enige coalitie was waarbij de PVV zou kunnen aanschuiven. En voor de VVD omdat de partij zo slechts minimale concessies zou hoeven doen op bijv. de hypotheekrenteaftrek, rekeningrijden of andere traditionele rechtse stokpaardjes. Vooropgesteld natuurlijk dat Wilders' toezeggingen nu meer solide zouden blijken dan in de aanloop naar de onvermijdelijke breuk met de VVD-fractie in september 2004.

Maar hoe zat het dan met het sociale gezicht van de PVV, naar het leek letterlijk overgeschreven uit het verkiezingsprogramma van de SP? Cynischer dan veel PVV-stemmers, hadden Rutte en de zijnen al lang getaxeerd dat de populistische retoriek van Wilders slechts voor de bxc3xbchne was. De zes jaar die Wilders in de VVD-fractie zat, verdedigde hij immer met verve een stevig neoliberaal beleid. Wilders' echte – en enige – issue is de Islam; op het obsessieve af.

Hoe boterzacht de sociale agenda van Wilders werkelijk was, bleek al daags na de verkiezingen, toen hij zijn 'AOW-breekpunt' zonder blikken of blozen van tafel veegde. Veel PVV-stemmers krijgen mogelijkerwijs nog spijt krijgen van hun stem, wanneer ze zien hoe de ongekende bezuinigingsdrift van het door Wilders gedoogde kabinet Rutte I voor hen persoonlijk zal uitpakken. Het is voor hen te hopen dat een eventuele invoering van de omstreden kopvoddentaks op financieel vlak een doekje voor het bloeden biedt.

'ons past bescheidenheid'
Het CDA had voor 9 juni waarschijnlijk liever geopteerd voor een middelgrote gematigde partij als D66, Christen-Unie of GroenLinks om de coalitie met de VVD aan een meerderheid te helpen. Maxime Hekking Verhagen Maar na de schrobbering door de kiezer en het vertrek van Balkenende, dwong de nieuwe politieke realiteit van 21 zetels het CDA tot 'passende bescheidenheid', zoals de sluwe vos Maxime Verhagen niet naliet te benadrukken. Ook dat was louter gespeeld. Verhagen wil niets liever dan opnieuw minister van BuZa worden en is bereid tot een pact met de duvel en zijn oude moer om dat te bewerkstelligen. Ook is het CDA natuurlijk bij uitstek een machtspartij, getraumatiseerd door de uitsluiting tijdens Paars I en II.

Nu de grootste weerstand bij de achterban lijkt weggemasseerd en het landsbelang weer in stelling kan worden gebracht zonder dat een groot deel van de kiezers spontaan in een lachstuip schiet, telt Verhagen zijn zegeningen. Hoewel er waarschijnlijk enige concessies moeten worden gedaan op het terrein van ontwikkelingshulp om de PVV (en ook VVD) ter wille te zijn, zal het CDA minder moeite hebben met Wilders frontale aanval op de godsdienstvrijheid, zolang die maar gericht blijft op de volgelingen van Mohammed en Saladin.

werkbare coalitie?
Zoals beargumenteerd biedt de coalitie die nu op tafel ligt alle partijen bepaalde voordelen. Problematisch lijkt vooral de politieke onervarenheid van de PVV'ers. Verder is de meerderheid van 76 zetels veel te krap voor comfortabel regeren. De logische variant van een 'normale' coalitie van VVD, PVV en CDA als gelijkwaardige partners is om een drietal redenen uitgesloten. Het gevolg is deze ongewisse keuze voor het politieke novum van een minderheidskabinet.

1) Voor alles: geen LPF-taferelen.
VVD en CDA zijn huiverig voor de instabiliteit van de PVV. Niet zonder reden. De VVD heeft ook ruime ervaring met Geert Wilders als ongeleid projectiel binnen de eigen fractie. De laatste 2 jaar dat hij deel uitmaakte van de fractie, brak Wilders keer op keer zijn beloften om zich niet uit te spreken over thema's buiten zijn eigen portefeuille. Vijftien nieuwe PVV'ers in de kamer vergen bovendien een strakke regie van Wilders zelf; een regie die zelfs in een negenkoppige fractie de laatste maanden leek te ontbreken. De PVV kan evenmin een beroep doen op een gestaald kader aan ministeriabele en loyale politieke zwaargewichten. Ergo geen PVV-ministers: VVD en CDA hebben bijzonder slechte ervaringen met hanige LPF-ministers als Bomhoff en Heinsbroek.

2) Wilders wil slechts gedogen.
Wilders heeft ook niets te winnen met volwaardige kabinetsdeelname. De PVV-voorman beseft terdege dat zijn partij nog ver verwijderd is van een stabiele coalitiefactor. Wilders heeft de mensen niet en hij zou bovendien zowel de uitgebreide Kamerfractie als zijn kersverse ministers moeten coachen. In de rol van selectieve gedoogsteun aan een rompkabinet VVD-CDA, houdt Wilders de handen vrij voor actief populisme vanaf de zijlijn. Hij steunt vrijblijvend wat hem wel uitkomt, waaronder waarschijnlijk toch ook hardvochtig snoeien in de verzorgingsstaat. Hij kan verder goede sier maken richting de achterban met zijn bijtende islamkritiek en zijn harde opstelling inzake law & order en immigratie.

3)Het CDA is sterk verdeeld
Een normale coalitie is ook hierom onhaalbaar. Het CDA is nog steeds hopeloos gespleten over wel of niet regeren met de PVV. De linkervleugel van het CDA gruwt van Wilders' manier van politiek bedrijven en zijn standpunten inzake de Islam. Ook zou een deel van de CDA'ers waarschijnlijk liever de oppositie verkiezen om de diepe wonden te likken. Het heeft er echter alle schijn van dat deze curieuze en ongewisse variant van gedoogsteun door de PVV menig twijfelende CDA' er over de streep heeft getrokken.

Maurice de Hond bezuinigt ook Is dit uiteindelijk een dappere of een domme keuze? De tijd zal het leren. Mochten de onderhandelingen slagen en wordt dit minderheidskabinet werkelijkheid, dan heeft de PVV alle troeven in handen: wel de lusten, niet de lasten. Met dank aan het nimmer verstommende opinieorakel Maurice de Hond, wacht Geert Wilders eenvoudig tot de peilingen voor hem bijzonder gunstig zijn, om vervolgens de stekker uit Rutte I te trekken. Misschien al binnen het jaar. Een andere uitkomst is naxc3xafef wishful thinking aan de kant van VVD en CDA. Dit schrikbeeld hangt niet alleen als een zwaard van Democles (sic) boven de politieke hoofden van Rutte en Verhagen. Het zou ook het failliet kunnen inluiden van het huidige parlementaire stelsel.

Kleine Vos & Grote Vos

De vossenjacht is bij deze officieel geopend verklaard. Het schieten gebeurt trouwens alleen met mijn trouwe compactcamera, de NIKON Coolpix P90 met 24 x Zoom. Gezien de niet geringe afstand (70 meter) is de jonge 'grote' vos in het natuurgebied de Scharmer Ae, nabij Woudbloem, Groningen, nog behoorlijk goed gelukt. Binnenkort schiet ik hopelijk echt met scherp.

Meer avonturen van Reintje vind je hier. Tientallen vlinderfoto's van de laatste tijd hier.

DSCN0670 Kleine Vos

DSCN1354 vos
DSCN1363 vos

Een waar Huzarenstukje

Na in Etymologie van de Kletsmajoor te zijn ingegaan op de oorsprong van alle uit Stratego bekende militaire rangen, treedt vandaag een nieuw regiment vechtjassen aan.

De ruyter 100 gulden Koning, Keizer, Admiraal….

Het woord admiraal is afgeleid van het Arabische amir al-bahr, wat letterlijk commandant (emir) van de zee betekent. De term werd opgepikt tijdens de kruistochten als ammiraglio of amiral. Het woord admiraal herbergt ook een zekere volksetymologische component.

Door gelijkenis met het Latijnse admirare (bewonderen) werd in veel talen een extra 'd' tussengevoegd. Een man om tegen op te kijken dus. Onze eigen zeeheld Michiel de Ruyter (1607-1676) was bijvoorbeeld admiraal, zelfs Luitenant-admiraal-generaal. Tegenwoordig bestaat de rang admiraal in Nederland niet meer: luitenant-Admiraal is de hoogste rang, gevolgd door vice-admiraal en daaronder de enigszins exotisch klinkende schout-bij-nacht.

De schout-bij-nacht, waarvan de bekendste ongetwijfeld Karel Doorman was, was van oudsher de bevelvoerder die, bij afwezigheid van de admiraal, in de nachtelijke uren toezicht hield op de vloot. Ofwel degene die "schouwt bij nacht". Verrassend heeft de term schout hier dus niets te maken met het Laatmiddeleeuwse ambt van schout, als hoofd van het dorps- of stadbestuur. Deze oudhollandsche schout was een soort burgemeester, met ook rechtsprekende en politionele taken. Schout-bij-nacht Karel Doorman, onze onfortuinlijke zeeheld die in 1942 met man en muis verging in de Javazee, was in 1906 trouwens onderaan begonnen als adelborst, ofwel Edelbursche (edelknaap).

Niet op zee, en ook beduidend lager in rang is de korporaal, via het Frans afkomstig van het Italiaanse caporale, een kleine capo, ofwel hoofd van een sectie soldaten. De gelijkenis in het Nederlands en Engels met corpus (lichaam) is enigszins misleidend. Net als kapitein, heeft korporaal zich ontwikkeld uit het Latijnse woord voor hoofd: caput. Zijn trouwe assistent, de adjudant, is volgens de Latijnse wortel (adiutans, van adiuvare) van oorsprong een echte helper. Vergelijk het Spaanse ayudar/ayudante.

Gericault - Huzaar Tot slot nog even een heus huzarenstukje. De oorsprong van de term huzaar ligt waarschijnlijk in het 15e eeuwse Hongarije. Huzaren waren licht bewapende cavaleriesoldaten. De naam stamt via het Servische xd0xb3xd1x83xd1x81xd0xb0xd1x80 (gusar) af van het Latijnse cursus, in de betekenis van inval, rooftocht. De huzaar is daarmee verwant aan een andere houwdegen, de corsair(e). Corsaire is in het Engels en Frans de gangbare naam voor een kaper, ofwel een zeerover met een officixc3xable verleende piraterijvergunning, de zogenaamde kaperbrief.

Alternatieve verklaringen voor huzaar gaan uit van het Hongaarse woord voor 20 (hxc3xbasz), als aantal soldaten in een regiment, of van Middeleeuwse Byzantijns-Griekse soldaten te paard, Tsanarioi of Chosarioi genaamd, andermaal afgeleid van het Latijn: cursarius, als snelle verkenners. Snelle en wendbare huzaren bewezen hun waarde in de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie tijdens talrijke schermutselingen met het op gebiedsuitbreiding beluste Ottomaanse Rijk. Na verloop van tijd werden ook in andere landen soortgelijke lichtbewapende verkenningseenheden opgezet.

Van al dat vechten en verkennen krijgt een huzaar uiteraard stevige trek. Wat is dan voedzamer en handiger (want koud te eten) dan de huzarensalade? Van oorsprong een salade van aardappelblokjes, rundvlees, appel, augurk, eventueel aangevuld met ui en paprika – het blijven Hongaren – en vaak vergezeld van toast en mayonaise voor de broodnodige extra energie. Aangezien vuur maken in vijandelijk gebied uit den boze was, vormde de koude instant huzarensalade een uitkomst. Het droeg bij aan het doorslaande succes van de huzaar.

  • Veel meer interessante weetjes in de rubriek etymologie. (51 artikelen)